Vleermuizen

Vleermuis atlas

Onderzoek en bescherming

Jaar van de vleermuis

Home Vleermuisprotocol Inschatting vooronderzoek
Inschatting vooronderzoek Afdrukken E-mail
Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten.

Checklist

 

1. Dikke bomen
Is op of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig?
 
a.   Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten?
 Zo niet, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van boombewonende soorten.
 
b.  Maakt de boom (/bomen) deel uit van een mogelijke route/verbinding
 Nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
 
c.  Vormt de boom (/bomen) mogelijk foerageergebied?
 Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
 
d.  Vormt de boom een beschutting van een naastgelegen foerageergebied?
 Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
 
2. Opgaande gewassen
Is op of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dunne boom (doorsnede globaal. 1,5 meter aanwezig?
 
a.  Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route/verbinding (lijnelement)?
Onderzoek naar routes van vleermuizen.
 
b. Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)?
Nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
 
c. Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?
Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
 
d. Vormen de opgaande gewassen een beschutting van een naastgelegen foerageergebied?
Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen .
 
3. Open water
Is er open water aanwezig?
 
a. Is er water?
Aandacht voor leefgebied (foerageergebied en vlieg- en/of migratieoute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (>2m breed).
 
b.  Is er water in tenminste iets besloten gebied?
Ook aandacht voor leefgebied (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger in nader onderzoek.
 
c. Is er water in open gebied?
Ook aandacht voor leefgebied (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis  en laatvlieger in nader onderzoek.
 
d.  Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater?
Aandacht voor functie voor alle soorten vleermuizen.
 
4. Open gebied
Is er open gebied (> 1 ha)?
 
a.  Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)?
Nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis.
 
 5.  Gebouwen
Zijn er gebouwen aanwezig?
 
a.  Biedt het gebouw(en) mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen).
Nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen.
 
b.  Zijn er sporen van aanwezigheid, poepsporen, keutels, vraatsporen en dergelijke?
Dan nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.
 
c.  Mogelijk foerageer gebied?
Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
 
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten
Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten?
 
a.  Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen?
Onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen;
 
Randvoorwaarden en vervolg
De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.
Er is getracht een beknopte werkbare tabel te maken, uitgaande van voldoende basiskennis van ecologie bij vleermuizen van de uitvoerende ecoloog.

 

 
Vleermuis.net is een website van de VLEN en de Zoogdiervereniging
All Rights Reserved | © 2012 , Info
Joomla website en webhosting door NetSolid