Vleermuizen

Vleermuis atlas

Onderzoek en bescherming

Jaar van de vleermuis

Home Vleermuisprotocol Gebruikte definities protocol
Gebruikte definities protocol Afdrukken E-mail
2.1 De definities van de gebiedsfuncties
   
  • Verblijfplaats: Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat).
  • Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap  zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is.

  • Kraamverblijfplaats: Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen.
  • Paar(verblijf)plaats: Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren. Dit is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag of baltsroepen.
  • Winterverblijfplaats: Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan.
  • Vliegroute: Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa.
  • Migratieroute: Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa.
  • Foerageergebied: Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

 

Houd er rekening mee dat een geschikte verblijfplaats in de loop van het jaar verschillende functies voor de soort, verschillende soorten of het andere geslacht van de soort kan hebben.

 

2.2 De definities van de criteria bij werkwijzen

 

  • periode van: data waartussen er maximale en suboptimale (tussen haakjes aangegeven) kansen zijn om een gebiedsfunctie van de soort waar te nemen als die zich voordoet.
  • [maximaal donker]:  's zomers  is het ook na zonsondergang bijvoorbeeld nog  zeker een uur redelijk licht door reflectie van zonnestralen tegen de hemel of door andere omstandigheden. Een aantal soorten wordt pas actief wanneer die reflectie na ongeveer een uur afneemt.
  • starttijd t.o.v. zonsondergang: tijd ten opzicht van het verdwijnen van de zon onder de horizon (zoals berekend door www.de koepel.nl  voor de locatie) waarop de waarneming ten minste moet zijn begonnen.
  • eindtijd t.o.v. zonsopkomst: tijd ten opzichte van het verschijnen van de zon boven de horizon (zoals berekend door www.de koepel.nl  voor de locatie) waarop de waarneming kan worden beëindigd.
  • aantal & duur veldbezoeken: het aantal keer dat er waarnemingen moeten worden gedaan en de tijd die daarbij ten minste moet worden besteed.
  • periode tussen veldbezoeken: het aantal dagen, weken of maanden dat verstreken moet zijn,  voordat een vervolgwaarneming als relevant kan worden beschouwd. Hierbij moet het streven er op zijn gericht om de veldwaarnemingen zo goed mogelijk te verdelen over de optimale periode voor elke waar te nemen functie per soort.
  • werkwijze bij determinatie:  technieken die kunnen worden ingezet om vast te stellen dat het die soort  betreft staan in een voorkeursvolgorde. Als bewijs voor de aanwezigheid van een lastige soort of voor een soort in afwijkende situaties, is in het kader van dit protocol, een sonogram van een op het waarneemmoment geregistreerde digitale opname van een tijdverlenging detector (TE) meestal  essentieel.
  • luisterset: Speciale detector met digitale opslagmogelijkheid of combinatie van detector met digitale recorder, die automatisch vastlegt wanneer er een vleermuis valt waar te nemen, zodat deze later aan het geluid of het sonogram kan worden gedetermineerd. Dit kan worden ingezet ter tijdelijke of gedeeltelijke vervanging van een waarnemer.

 

2.3 De definities van de criteria bij veldcondities

 

  • temperatuur hoger dan: voor zo ver bekend is vertoont de soort het gedrag dat hoort bij de gebiedsfunctie niet beneden de aangegeven temperatuur. Als dit varieert in de loop van het seizoen  staat  die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij lagere temperaturen kan de functie niet betrouwbaar worden waargenomen of uitgesloten.
  • temperatuur lager dan: voor zo ver bekend is vertoont de soort de gebiedsfunctie niet boven de aangegeven temperatuur. Als dit varieert in de loop van het seizoen  staat  die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij hogere temperaturen kan de functie niet betrouwbaar worden waargenomen of uitgesloten.
  • windkracht minder dan: voor zo ver bekend is vertoont de soort de gebiedsfunctie niet boven de aangegeven  windsnelheden. Als dit varieert in de loop van het seizoen  staat  die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij verschillende windsnelheden kan de functie in andere delen van het plangebied plaatsvinden (zie ook 1.3). Bij  grotere windkracht kan de functie niet overal in het onderzoeksgebied betrouwbaar worden waargenomen.
  • maximale neerslag: voor zo ver bekend is vertoont de soort de gebiedsfunctie niet boven de aangegeven hoeveelheid regen, hagel of sneeuw. Als dit varieert in de loop van het seizoen  staat  die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij verschillende hoeveelheden neerslag kan de functie in andere delen van het leefgebied plaatsvinden (zie ook 1.3). Bij hogere neerslag kan de functie niet betrouwbaar worden waargenomen.
  • benutting droge periodes: voor zo ver bekend is vertoont de soort de gebiedsfunctie in droge perioden tussen de aangegeven hoeveelheid regen, hagel of sneeuw. Als dit varieert in de loop van het seizoen  staat  die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij afwisseling van natte en droge periodes kan de functie in andere delen van het plangebied plaatsvinden (zie ook 1.3). Wanneer de soort drogere perioden niet benut kan in een buiige nacht de functie niet betrouwbaar worden waargenomen.
  • droog, jaagt anders binnen: soorten die randen van grote ruimten gebruiken als verblijf, gaan in   dat verblijf, of nabij gelegen soortgelijke ruimten, jagen als het buiten regent of stormt. Andere soorten jagen waar mogelijk binnen onder voor hun te natte weersomstandigheden.
  • hoeveelheid geluid: voor zo ver bekend is vertoont de soort de gebiedsfunctie niet wanneer er meer dan de aangegeven hoeveelheid verstoring is in de vorm van geluid. Bij verschillende geluidsniveaus kan de functie in andere delen van het leefgebied plaatsvinden (zie ook 1.3). Als dit varieert in de loop van het seizoen  staat  die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij hogere geluidsniveaus kan de functie niet betrouwbaar worden waargenomen.
  • hoeveelheid licht: voor zo ver bekend is vertoont de soort de gebiedsfunctie niet wanneer er meer dan de aangegeven hoeveelheid verstoring is in de vorm van licht. Bij verschillende lichtniveaus kan de functie in andere delen van het leefgebied plaatsvinden (zie ook 1.3). Als dit varieert in de loop van het seizoen of onder andere omstandigheden staat die afwijkende waarde tussen haakjes. Bij hogere lichtniveaus kan de functie niet betrouwbaar worden waargenomen.

 

2.4 gebruikte symbolen
 
( ):  begrenzen een suboptimale periode of een in de loop van het seizoen afwijkende grenswaarde.
[ ]: beschrijven een nadere toelichting, begrenzing of verduidelijking.

 

 

 

 

 

 
Vleermuis.net is een website van de VLEN en de Zoogdiervereniging
All Rights Reserved | © 2012 , Info
Joomla website en webhosting door NetSolid