Hoe leven vleermuizen?

Hoe vleermuizen leven is het beste uit te leggen door te vertellen wat ze overdag en 's nachts doen en wat ze gedurende een jaar doen.

Dag en nacht.

In de avondschemering verlaten vleermuizen hun verblijfplaats om te gaan jagen. Meestal jagen ze maar een paar uur en keren dan in de loop van de nacht weer naar de verblijfplaats terug. Alleen op warme avonden en als ze jongen hebben gaan ze in één nacht meerdere keren op jacht.
Afhankelijk van de soort kan de verblijfplaats een gebouw, boom of ondergrondse ruimte zijn.
Vleermuizen jagen ´s nachts, omdat dat ze dan minder concurrentie hebben van andere dieren (vooral vogels) die ook op insekten jagen. Daarnaast hebben ze ´s nachts minder te vrezen van roofdieren.
Om in het donker op insekten te kunnen jagen hebben vleermuizen aan alleen hun ogen niet genoeg. Daarom kijken ze ook met hun oren: echolocatie.

Jaarcyclus : voorjaar - zomer - najaar - winter

Voorjaar

Na de winterslaap kunnen op warme dagen in februari-maart ´s avonds al de eerste jagende vleermuizen gezien worden, meestal in de buurt van hun winterverblijven. Eind april, begin mei verlaten de meeste vleermuizen hun winterverblijfplaats en gaan naar hun zomerverblijfplaats. Dat is vaak in de omgeving van het winterverblijf, maar soms tientallen of honderden kilometers verder weg. Tot eind mei verhuizen de vleermuizen regelmatig.
De aantallen in de zomerverblijfplaatsen wisselen dan sterk.

Zomer

Begin juni hebben de vrouwtjes zich verzameld in kraamkolonies. In Nederland kan zo´n kraamkolonies dan uit 15 tot soms ruim 400 dieren bestaan. Mannetjes verblijven in de zomer alleen of in kleine groepjes op andere plaatsen. Sommige soorten (zoals de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger) verblijven in de zomer vooral in gebouwen, bijvoorbeeld in de spouwmuur of onder het dakbeschot. Andere soorten (zoals watervleermuizen en rosse vleermuizen) zitten in de zomer meestal in boomholten.
gewone dwergvleermuis met jong / (c) Peter LinaIn juni worden de jongen geboren. De jongen worden zo´n vier weken lang overdag en ´s nachts gezoogd. De moeders keren ´s nachts, tijdens het jagen, regelmatig terug naar de kraamkolonie om hun jongen te zogen. Alleen bij verstoring of verhuizing om andere reden nemen de moeders hun jongen tijdens het vliegen mee.
Eind juni lost de kolonie op en zijn in de omgeving van de kolonieplaats alleen nog kleine groepjes vleermuizen aan te treffen.
Bij de meeste vleermuissoorten krijgt het vrouwtje per jaar gemiddeld 1 jong. Bij sommige soorten worden ook tweelingen geboren. Deze trage voortplanting wordt gecompenseerd door de hoge leeftijd die vleermuizen kunnen bereiken. Gemiddeld worden veel soorten 7 tot 10 jaar oud, met uitschieters tot meer dan 20 of zelfs 30 jaar.

Najaar

In augustus breekt voor veel vleermuizen de paartijd aan. Bij een aantal soorten (bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) vertonen de mannetjes dan balts-gedrag. Door vanuit zijn verblijfplaats, of vliegend rond zijn verblijfplaats, een lokroep te laten horen, probeert een mannetje dan vrouwtjes te lokken. Rivalen worden zo ook op afstand gehouden. In verblijfplaatsen van deze soorten zijn dan mannetjes met een harem vrouwtjes te vinden.
Watervleermuizen paren  in de winter / (c) Erik KorstenAndere soorten, zoals de watervleermuis, paren vooral in de winterperiode. Bij veel soorten is echter nog onduidelijk hoe de paring precies verloopt.
Bij bijna alle soorten vleermuizen die een winterslaap houden, vindt er na de paring nog niet meteen bevruchting plaats. In plaats daarvan slaat het vrouwtje het sperma op en pas na de winterslaap, in het voorjaar, wordt de eicel bevrucht en begint de ontwikkeling van het embryo. Op deze manier wordt voorkomen dat het jong in de voedselarme winter wordt geboren, of in het voorjaar, als de moeder verzwakt uit de winterslaap komt.

In het najaar bereiden vleermuizen in onze streken zich ook voor op de winterslaap. Ze jagen dan volop om hun vetreserves aan te vullen en zijn vaak al in of in de buurt van hun winterverblijven te vinden. De meeste soorten zoeken al aan het einde van de herfst hun winterslaapplaats op.

Winter

In de wintermaanden zijn er voor vleermuizen te weinig vliegende insekten om te kunnen overleven. Daarom gaan ze in het late najaar op zoek naar een plek om hun winterslaap te houden.
Voor de meeste soorten in Nederland moet een geschikte plaats voor de winterslaap koel (tussen de 2 en 10°C) en vorstvrij zijn. De luchtvochtigheid moet hoog zijn en het moet er donker zijn. Bovendien mag er geen verstoring optreden.
watervleermuis in winterslaapVoor veel soorten zijn die omstandigheden te vinden in grotten en soortgelijke ruimten, zoals kelders, ondergrondse bunkers, forten en groeves. Bekende winterslaapplaatsen zijn de mergelgroeven in Zuid-Limburg, de forten van de Hollandse waterlinie, bunkers uit de 2de wereldoorlog en ijskelders op oude landgoederen. Tegenwoordig worden er voor vleermuizen op veel plaatsen ook nieuwe kunstmatige winterverblijven aangelegd.
Andere soorten, zoals de rosse vleermuis, overwinteren in holle bomen. Spouwmuren zijn de overwinteringsplaats van bijvoorbeeld gewone dwergvleermuizen.

In hun winterslaap verlagen vleermuizen hun lichaamstemperatuur tot ongeveer 5°C en vertragen ze hun ademhaling, hartritme en stofwisseling. Ze verbruiken dan maar weinig energie en kunnen blijven leven op hun vetreserves.
De winterslaap kan vier tot zes maanden duren, maar de duur kan per soort en omstandigheden ook sterk verschillen. Van een aaneengesloten winterslaap is meestal geen sprake. Vleermuizen verhuizen gedurende de winter vaak naar een andere plek in het winterverblijf of naar een ander winterverblijf. Op een warme winterdag, gaan sommige soorten zelfs (ook overdag !) even jagen.




Home (met menu !) | nieuws | sitemap | index A-Z | zoeken | feedback | over de website
over vleermuizen | vleermuizen in Nederland | vleermuizen in huis | vleermuis gevonden? |
bescherming | onderzoek en monitoring | landelijke telavond | werkgroepen |
agenda | literatuur | links


Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming © Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ), 2003 Niets van deze website mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotocopie, plaatsing van teksten en/of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs/makers. Over copyright.