Vleermuizen

Vleermuis atlas

Onderzoek en bescherming

Jaar van de vleermuis

Home Over vleermuizen Zien met je oren
Zien met je oren Afdrukken E-mail

Om in het donker de weg te kunnen vinden en voedsel te kunnen zoeken hebben dieren speciale aanpassingen nodig. Veel nachtdieren hebben opvallend grote ogen en een reflecterende laag achterin het oog (‘kattenogen’). Met zulke ogen kunnen ze bij heel weinig licht toch nog zien. Maar dergelijke ogen zijn onvoldoende als je op kleine insekten jaagt en als je dat ook vaak in het pikdonker moet doen.

 

Daarom gebruiken vleermuizen niet hun ogen maar hun oren om te ‘zien’. Om zich te oriënteren zendt een vleermuis een signaal uit dat weerkaatst op voorwerpen in de omgeving. De weerkaatsing (echo) vangt de vleermuis op met zijn oren en daardoor kan hij de plaats (lokatie) en vorm van die voorwerpen bepalen. We noemen deze manier van ‘kijken met je oren’ echolocatie.

 

 Ga snel naar een van de onderwerpen:
 Echolocatie
 Elke soort een ander geluid
 Jagen

 

 

Echolocatie 

Vleermuizen zijn niet blind, maar gebruiken om te 'zien' toch vaker hun oren dan hun ogen. Om zich te oriënteren zendt een vleermuis een signaal uit dat weerkaatst op voorwerpen in de omgeving. De weerkaatsing (echo) vangt de vleermuis op met zijn oren en daardoor kan hij de plaats (lokatie) en de vorm van die voorwerpen bepalen. We noemen deze manier van ‘kijken met je oren’ echolocatie. Aan het uiterlijk van vleermuizen kun je goed zien dat echolocatie voor hen erg belangrijk is. De vorm van de oren en snuit is vaak helemaal aangepast aan het uitzenden en ontvangen van geluidssignalen.

Om met behulp van van echo's een scherp beeld te vormen, maakt een vleermuis zeer hoge geluiden (ultrasone geluiden). De echolocatiegeluiden van vleermuizen bevinden zich, afhankelijk van de soort, op frequenties tussen 15 Khz tot 120 Khz. Mensen kunnen slechts geluiden tot 20 kHz horen, dus voor de meeste mensen zijn vleermuizen niet hoorbaar. Met behulp van een ultrasoonontvanger, een zogenaamde batdetector, zijn de geluiden van vleermuizen voor mensen hoorbaar te maken.

 echolocatie
   

Elke soort een ander geluid

De echolocatiegeluiden van vleermuizen zijn niet altijd hetzelfde. Sommige vleermuizen zenden de geluiden uit via hun mond, anderen via hun neus. Daarnaast kan een vleermuis zijn echolocatie aanpassen aan de omgeving waar hij vliegt en aan zijn manier van jagen. De soorten kunnen erg verschillen in het echolocatiegeluid dat ze maken. Na enige oefening kunnen dan ook de meeste soorten met een batdetector aan hun geluiden worden herkend.
Naast echolocatie geluiden maken vleermuizen ook zogenaamde sociale geluiden. Die zijn meestal veel lager van toonhoogte en vooral voor jonge mensen goed te horen. Hiertoe behoort onder andere de baltsroep van de dwergvleermuis.

   

Jagen

Alle Nederlandse vleermuissoorten zijn insecteneters. Een vleermuis moet om te overleven per nacht een kwart tot een derde van zijn lichaamsgewicht aan insecten eten. Voor een vleermuis betekent dat per nacht wel 300 muggen, motjes en kevertjes. Dit betekent dat bijvoorbeeld één enkele watervleermuis in de periode van 15 mei tot 15 oktober ruim 40.000 muggen kan verorberen. Een gemiddelde kolonie eet per zomer enkele tientallen kilo's insecten. Er zijn geen andere dieren die zoveel nachtinsecten eten.

Daarbij komt dat veel van deze insecten schadelijk zijn voor de land- en bosbouw. Grootoorvleermuizen eten bijvoorbeeld onder andere veel nachtvlinders waarvan de rupsen schadelijk zijn: Zaaduil, Groenteuil en Eikebladroller.

Grote vleermuissoorten eten bij voorkeur grote prooien, kleine soorten kleine prooien. Zo eet de laatvlieger graag meikevers, en de dwergvleermuis vooral muggen en kleine vlinders. Welke plaats een vleermuis kiest om te fourageren (voedsel te zoeken) wordt vooral bepaald door het insectenaanbod. Waar veel insecten zijn vind je meestal ook veel vleermuizen.


Bij het jagen vangen vleermuizen de insecten meestal in de vlucht en gebruiken daarbij hun vleugels of staartvlieghuid als vangnet. De grillige manier van vliegen van vleermuizen is een gevolg van het achtervolgen van hun prooidieren. Sommige soorten kunnen ook prooien op de grond, op het water of op een blad aan een boom ontdekken en daar vanaf pakken.

 

Meervleermuis vangt insekten boven het water. Foto: Zomer Bruijn.

Doordat iedere vleermuissoort op zijn eigen manier jaagt, is er weinig concurrentie tussen vleermuissoorten. Boven bijvoorbeeld een plas kun je verschillende soorten vleermuizen zien jagen. De rosse vleermuis jaagt dan hoog in de lucht, vaak boven de boomtoppen. Tussen de takken van de bomen jaagt de grootoorvleermuis op insecten die op de bladeren zitten. De laatvlieger vliegt een stuk lager, op 5-10 meter hoogte en is veel wendbaarder. De dwergvleermuis vliegt op dezelfde hoogte als de laatvlieger maar veel dichter bij de begroeiing en jaagt op kleinere insecten. De watervleermuis jaagt enkele centimeters boven het wateroppervlak op insecten die vlak boven of op het wateroppervlak zitten.

 

 

 

Tekst: Erik Korsten

Bewerking: A-J Haarsma 

 
Vleermuis.net is een website van de VLEN en de Zoogdiervereniging
All Rights Reserved | © 2012 , Info
Joomla website en webhosting door NetSolid