Vleermuizen

Vleermuis atlas

Onderzoek en bescherming

Jaar van de vleermuis

Home Over vleermuizen Vleermuisleven
Vleermuisleven Afdrukken E-mail

Vleermuizen zijn mysterieuze dieren, die om concurrentie met vogels te vermijden alleen 's nachts jagen. Overdag slapen de meeste vleermuizen, of ze houden zich bezig met lichaamsverzorging (poetsen van de vacht en de kwetsbare vlieghuid). Het leven van Nederlandse vleermuizen draait om de wisseling van de seizoenen. In het voorjaar worden jonge vleermuizen geboren. Deze kunnen de hele zomer leren vliegen en jagen op de dan volop aanwezige insekten. In het najaar daalt het insektenaanbod en maken vleermuizen zich klaar voor een winterslaap die duurt van oktober tot maart.

 
Ga snel naar een van de onderwerpen:
Dag en nacht
Zomer
Najaar
Winter
Voorjaar

 

 

Jaarcyclus

De jaarcyclus van vleermuismannen en vleermuisvrouwen kan worden samengevat in een tabel. Informatie over de verschillende seizoenen besproken in deze tabel vind je in dit hoofdstuk. 


jaarcyclus-in-tabelvorm_aj.jpg

 

 

 

Dag en nacht 

 

In de avondschemering verlaten vleermuizen hun verblijfplaats om te gaan jagen. Meestal jagen ze maar een paar uur en keren dan in de loop van de nacht weer naar de verblijfplaats terug. Alleen op warme avonden en als ze jongen hebben gaan ze in één nacht meerdere keren op jacht.

Vleermuizen jagen ´s nachts, omdat ze dan minder concurrentie hebben van andere dieren (vooral vogels) die ook op insecten jagen. Daarnaast hebben ze ´s nachts minder te vrezen van roofdieren.

Om in het donker op insecten te kunnen jagen hebben vleermuizen aan alleen hun ogen niet genoeg. Daarom kijken ze ook met hun oren: echolocatie .

   

Zomer

 

Begin juni hebben de vrouwtjes zich verzameld in kraamkolonies. In Nederland kan zo´n kraamkolonie uit 15 tot ruim 400 dieren bestaan. Mannetjes verblijven in de zomer alleen of in kleine groepjes op andere plaatsen. Sommige soorten (zoals de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger) verblijven in de zomer vooral in gebouwen, bijvoorbeeld in spouwmuren of onder dakbeschot. Andere soorten (zoals watervleermuizen en rosse vleermuizen) zitten in de zomer meestal in boomholten. In juni worden de jongen geboren. De jongen worden zo´n vier weken lang overdag en ´s nachts gezoogd. De moeders keren ´s nachts, tijdens het jagen, regelmatig terug naar de kraamkolonie om hun jongen te zogen. Alleen bij verstoring of verhuizing om andere reden nemen de moeders hun jongen tijdens het vliegen mee.
Eind juni lost de kolonie op en zijn in de omgeving van de kolonieplaats alleen nog kleine groepjes vleermuizen aan te treffen.

   

 

Najaar

 

In augustus breekt voor veel vleermuizen de paartijd aan. Bij een aantal soorten (bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) vertonen de mannetjes dan baltsgedrag. Door vanuit zijn verblijfplaats, of vliegend rond zijn verblijfplaats, een lokroep te laten horen, probeert een mannetje vrouwtjes te lokken. Rivalen worden zo ook op afstand gehouden. In verblijfplaatsen van deze soorten zijn dan mannetjes met een harem vrouwtjes te vinden. Andere soorten, zoals de watervleermuis, paren vooral in de winterperiode. Bij veel soorten is echter nog onduidelijk hoe de paring precies verloopt. Omdat het onpraktisch is om zwanger de winter door te brengen, bewaren de meeste vleermuizen het sperma in een speciaal orgaan.

paring-2.jpg

In het najaar bereiden vleermuizen zich ook voor op de winterslaap. Ze jagen dan volop om hun vetreserves aan te vullen en zijn vaak al in of in de buurt van hun winterverblijven te vinden. De meeste soorten zoeken al aan het einde van de herfst hun winterslaapplaats op.

 

 

 

 

 

 

 

Winter en verblijfplaatsen

 

In de wintermaanden zijn er voor vleermuizen te weinig vliegende insekten om te kunnen overleven. Daarom gaan ze in het late najaar op zoek naar een plek om hun winterslaap te houden. Voor de meeste soorten in Nederland moet een geschikte plaats voor de winterslaap koel (tussen de 2 en 10°C) en vorstvrij zijn. De luchtvochtigheid moet hoog zijn en het moet er donker zijn. Bovendien mag er geen verstoring optreden. Voor veel soorten zijn die omstandigheden te vinden in grotten en soortgelijke ruimten, zoals kelders, ondergrondse bunkers, forten en groeves. Bekende winterslaapplaatsen zijn de mergelgroeven in Zuid-Limburg, de forten van de Hollandse waterlinie, bunkers uit de Tweede Wereldoorlog en ijskelders op oude landgoederen. Tegenwoordig worden er voor vleermuizen op veel plaatsen ook nieuwe kunstmatige winterverblijven aangelegd. Andere soorten, zoals de rosse vleermuis, overwinteren in holle bomen. Spouwmuren zijn de overwinteringsplaats van bijvoorbeeld gewone dwergvleermuizen. In hun winterslaap verlagen vleermuizen hun lichaamstemperatuur tot ongeveer 5°C en vertragen ze hun ademhaling, hartritme en stofwisseling. Ze verbruiken dan maar weinig energie en kunnen blijven leven op hun vetreserves. De winterslaap kan vier tot zes maanden duren, maar de duur kan per soort en omstandigheden sterk verschillen. Van een aaneengesloten winterslaap is meestal geen sprake. Vleermuizen verhuizen gedurende de winter vaak naar een andere plek in het winterverblijf of naar een ander winterverblijf. Op een warme winterdag, gaan sommige soorten zelfs (ook overdag !) even jagen.

 

 

Winter en winterslaap

Een van de meest opmerkelijke eigenschappen van vleermuizen is het feit dat ze in winterslaap gaan. In tegenstelling tot amfibieën en reptielen zijn vleermuizen warmbloedig; zij zijn dus niet afhankelijk van de omgevingstemperatuur, maar kunnen zichzelf, ook in de winter, opwarmen tot de normale temperatuur. Vleermuizen worden tijdens hun winterslaap regelmatig wakker om wat rond te vliegen en te eten of te paren. Om energie te besparen doen ze dit echter niet vaak. Daarom is verstoring van vleermuizen tijdens de winterslaap gevaarlijk: worden de vleermuizen te vaak wakker, dan gebruiken ze teveel energie. Omdat er in de winter weinig eten is, kunnen ze hun verloren energie niet aanvullen en wordt de kans groot dat ze de winter niet overleven. Vleermuizen bereiden zich voor op de winter door in het najaar flink te eten. Hierdoor wordt het vetpercentage flink verhoogd, zodat de dieren in de winter op hun vetreserves kunnen teren. Tijdens de winterslaap proberen de dieren hun lichaamsoppervlakte zo klein mogelijk te maken door hun vleugels en staart tegen het lichaam aan te drukken. Sommige soorten vouwen hun oren achter hun poten om bevriezing te voorkomen. De hoefijzerneuzen wikkelen hun vleugels helemaal om zich heen als een soort mantel. Veel soorten vleermuizen hangen in dichte groepen bijeen om zoveel mogelijk warmte vast te houden. Het is vastgesteld dat bij Vale vleermuizen de lichaamstemperatuur tijdens de winterslaap tot ongeveer 0 tot 10 graden daalt en de hartslag tot 18 - 80 keer per minuut (de normale hartslag in rust is 250-450 keer per minuut). Ook halen de dieren slecht eenmaal per 60-90 minuten adem. Het duurt bij het ontwaken dan ook ongeveer een uur voordat de vleermuis zijn normale temperatuur weer bereikt heeft.
De duur van de winterslaap varieert per soort en per individu; sommige dieren zijn in oktober al in winterslaap, terwijl andere in december nog actief zijn. Sommige dieren worden maart al wakker, terwijl andere in mei nog in slaap zijn. Uiteraard is het tijdstip van het begin en einde van de winterslaap ook afhankelijk van het weer; bij warm weer worden de dieren eerder wakker dan in koude lentes. Ook tijdens de zomer passen vleermuizen voortdurend hun temperatuur aan aan die van de omgeving, al wordt die nooit zo laag als in de winter. Daarom is hun temperatuur bij het ontwaken meestal niet hoog genoeg om direct actief te worden; de vleermuis moet eerst langzaam wakker worden en opwarmen voordat hij kan gaan vliegen. Deze situatie van lage lichaamstemperatuur wordt lethargie genoemd. Sommige vleermuizen kunnen zich bij verstoring of bedreiging terugtrekken in een soort lethargie, waarbij ze zich dood proberen te houden. Het lijkt dan of de vleermuis dood is, maar in feite is dit een beschermingsmechanisme. Wanneer u een vleermuis vindt die dood lijkt te zijn, hoeft dit dus niet altijd het geval te zijn.

  ingekorven-yvesadams.jpg

Voorjaar

Na de winterslaap kunnen op warme dagen in februari-maart ´s avonds al de eerste jagende vleermuizen gezien worden, meestal in de buurt van hun winterverblijven. Eind april, begin mei verlaten de meeste vleermuizen hun winterverblijfplaats. Na een aantal dagen rusten en eten vliegen de dieren naar hun zomerverblijven. De afstand tussen winterverblijf en zomerverblijf is voor sommige soorten enkele kilometers, voor andere soorten enkele honderden kilometers. Hoe verder dieren moeten vliegen, hoe vaker ze in het voorjaar kunnen worden waargenomen in tijdelijke verblijven. Dit soort verblijven worden gebruikt als tussenstop op de lange reis naar huis.

 

 

 

 

Bron: Haarsma, 2006. Nederland Meervleermuisland. Brochure VZZ.

Auteur: Erik Korsten

Bewerking: A-J Haarsma

 

 
Vleermuis.net is een website van de VLEN en de Zoogdiervereniging
All Rights Reserved | © 2012 , Info
Joomla website en webhosting door NetSolid