WatervleermuisMyotis daubentonii |
Uiterlijk
De watervleermuis is met een spanwijdte van 24 - 28 cm en een gewicht van
5 tot 15 gram een middelgrote vleermuis. Net als bij alle Myotis-soorten in
Nederland valt de licht buikvacht goed op tegen de donkere rugzijde. De buikvacht
is grijswit, met een donkere ondervacht. De rugzijde is donkerbruin en vrijwel
eenkleurig. Het gezicht is roze tot bruin en de oren zijn bruin met een lichte
basis.
Opvallend zijn (net als bij de meervleermuis) de grote
voeten die bijna half zo lang zijn als het achterbeen en langste borstelharen
hebben.
Verspreiding
De watervleermuis is in grote delen van Nederland een algemene en talrijke vleermuissoort.
Overal waar voldoende oude bomen zijn en wateroppervlakken met voldoende beschutting
kan de watervleermuis worden gevonden. De watervleermuis ontbreekt vrijwel op
de waddeneilanden en is schaars in grote poldergebieden.
Habitat
De
watervleermuis is vooral te vinden in het vlakke landschap en jaagt vrijwel
uitsluitend boven water, zoals beken, plassen en kanalen. Daarbij gaat de voorkeur
uit naar beschut gelegen wateren. De watervleermuis jaagt vooral op insecten
die op het wateroppervlak zitten of daar net bovenuitsteken (zoals muggenlarven).
Hij doet dat door op een hoogte van ongeveer 10 cm boven het water in grote
cirkels rond te vliegen en als hij een prooi heeft ontdekt, deze met zijn achterpoten
van het wateroppervlak te harken. De watervleermuis is dan ook vrijwel alleen
te vinden bij wateren waarvan het wateroppervlak vrij is van drijvende of uitstekende
waterplanten omdat die het opsporen van prooien bemoeilijken.
In Nederland gebruikt alleen de meervleermuis dezelfde
jachttechniek maar doet vooral boven groot open water. Het voedsel van de watervleermuis
bestaat vooral uit schietmotten, muggen, dansmuggen, haften, kleine vlinders
en kevers.
Verblijfplaatsen
In het zomerseizoen worden kraamkolonies van watervleermuizen in Nederland
vooral gevonden in holten in oude loofbomen. Een enkele keer zijn ook kolonies
gevonden in gebouwen (kerkzolders, forten, bunkers) en ook in bruggen en riooloverstorten.
Solitaire dieren en groepen mannetjes zijn gevonden in boomholten, muurspleten
en soms ook in vogelkasten of vleermuiskasten.
Tussen verblijfplaats en jachtgebied leggen watervleermuizen afstanden van vaak
enkele kilometers af. Deze vliegroutes zijn sterk gebonden aan lijnvormige elementen
zoals, bomenrijen, houtwallen en waterwegen. De watervleermuis mijdt hierbij
sterk plaatsen met veel verlichting.
Kraamkolonies bestaan meestal uit gemiddeld 20-50 vrouwtjes, die ieder één
jong krijgen. Deze worden tussen half juni en eind juni geboren en kunnen na
4-5 weken vliegen. In die periode kunnen bij kraamkolonie van watervleermuizen
ook overdag zachte en zeer hoge knisperende piepgeluiden worden gehoord, vooral
op warme dagen.
Winterslaap
In
de periode september - april houden watervleermuizen hun winterslaap. Dat doen
ze vooral in ondergrondse ruimten zoals groeven, kelders, bunkers en forten
en waarschijnlijk ook in holle bomen. Daarbij kruipen ze graag weg in kieren
spleten. In deze periode vindt ook de paring plaats, vaak tijdens een onderbreking
van de winterslaap.
De watervleermuis is een "stand"vleermuis : tussen winter en zomerverblijfplaats
worden geen grote afstanden afgelegd.

Home
(met menu !) | nieuws
| sitemap | index
A-Z | zoeken | feedback
| over de website
over vleermuizen
| vleermuizen in
Nederland | vleermuizen
in huis | vleermuis
gevonden? |
bescherming
| onderzoek en monitoring
| landelijke telavond
| werkgroepen
|
agenda | literatuur
| links
![]() |
© Vereniging
voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ), 2004. Niets van deze website mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotocopie, plaatsing van teksten en/of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs/makers. Over copyright. |