|
In elke seizoen doen vleermuizen wat anders. In het najaar paren ze, in de winter slapen ze, in de zomer krijgen ze jongen. Dit heeft ook consequenties voor de manier waarop je vleermuizen kunt waarnemen en natuurlijk op welke plekken. Als je vleermuizen wilt bestuderen hebben we hier een korte handleidining gegegeven wat je waar in welk seizoen kunt doen. Ook geven we een korte uitleg hoe je zelf een verblijfplaats kunt tellen.
Seizoenskalender
Werken met vleermuizen is heel gevarieerd: er zijn vele onderzoeksmethoden en de activiteiten van vleermuizen verschillen per seizoen en per soort. Om een handleiding te geven hebben we een kalender gemaakt waarbij het gebruik van verblijfplaatsen door het seizoen besproken wordt. Ook het gebruik van verschillende voedselgebieden, al is het gebruik hiervan erg afhankelijk van het weertype. Ten slotte geven we een kort overzicht van de mogelijke onderzoeksmethoden.
Verblijven
Vleermuizen gebruiken het jaar rond meerdere typen verblijven. In het voor- en najaar worden vaak tijdelijke onderkomens gebruikt. Zo worden ruige dwergvleermuizen af en toe waargenomen in een houtstapel en tweekleurige vleermuizen hangend aan de buitenkant van gebouwen. In de zomer vestigen vleermuizen zich in mannenverblijven en kraamverblijven. Dergelijke verblijven zijn, afhankelijk van de soort, bezet van mei tot augustus. Half juli, begin augustus verlaten de eerste volwassen vrouwtjes hun kraamverblijven en gaan op zoek naar mannetjes in paarverblijven. Bij de meeste soorten bezetten mannetjes paarverblijven. Sommige soorten, zoals de rosse vleermuis, grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis maken de locatie van hun paarverblijf duidelijk kenbaar door het uiten van baltsroepen. Dergelijke baltsroepen zijn vaak duidelijk met het blote oor waar te nemen. Na de paartijd verblijven vleermuizen in winterverblijven, vaak wordt ook daar gepaard.
| |
jan |
feb |
mrt |
apr |
mei |
juni |
juli |
aug |
sept |
okt |
nov |
dec |
| Tijdelijke onderkomens |
- |
- |
+ |
++ |
+
|
- |
+
|
++ |
+ |
- |
- |
- |
Mannenverblijven
|
- |
- |
- |
- |
+ |
+++ |
+++ |
+ |
-
|
- |
- |
- |
| Kraamverblijf |
|
|
|
|
+ |
+++ |
+++ |
+ |
- |
- |
- |
- |
| Paarplaats |
|
|
+ |
++ |
- |
- |
+ |
++ |
+++ |
+ |
- |
- |
Winterverblijfplaats
|
+++ |
++ |
+ |
- |
-
|
- |
- |
+ |
+ |
++ |
+++ |
+++ |
Voedselbiotoop
Welk biotoop vleermuizen gebruiken varieert per seizoen, per sekse en per weertype. In de onderstaande tabel is de seizoensvariatie per voedselgebied aangegeven. Het gebruik van deze gebieden wordt echter ook bepaald door het weertype van dat moment. Zo hebben veel vleermuizen tijdens harde wind een voorkeur voor beschut liggende gebieden, terwijl tijdens windstil weer ook boven bijvoorbeeld weilanden en brede waterwegen wordt gefoerageerd. Deze tabel is een samenvatting voor alle Nederlandse vleermuissoorten.
| |
jan |
feb |
mrt |
apr |
mei |
juni |
juli |
aug |
sept |
okt |
nov |
dec |
| Water en waterwegen >30 meter |
- |
- |
- |
+ |
++ |
+++ |
+++ |
++ |
+ |
- |
- |
- |
| Water en waterwegen <30 meter |
- |
- |
- |
+ |
+++ |
+++ |
+++ |
++ |
++ |
+ |
- |
- |
| Heggen en bomenrijen |
-
|
- |
- |
++ |
++ |
+++ |
+++ |
+++ |
++ |
+ |
- |
- |
| Weilanden |
- |
- |
- |
- |
+ |
++ |
+++ |
+++ |
++ |
- |
- |
- |
| Bosranden |
- |
- |
- |
+ |
++ |
+++ |
+++ |
+++ |
++ |
+ |
- |
- |
Bossen en landgoederen
|
- |
- |
- |
+ |
+++ |
+++ |
++ |
++ |
++ |
+ |
- |
- |
Onderzoeksmethoden
Om vleermuizen te inventariseren zijn vrijwel altijd electronische hulpmiddelen nodig. Het meest wordt de batdetector (en zaklamp) gebruikt, om vleermuizen waar te nemen. Andere veel gebruikte hulpmiddelen zijn een boomcamera (alleen toepasbaar voor boombewonende vleermuissoorten) en een zaklamp in combinatie met een spiegel.
| |
batdector/zaklamp |
boomcamera |
zaklamp/spiegel |
| Paarverblijf |
+++
|
++ |
|
Kraamverblijf
|
+++
|
|
|
| Winterverblijf |
|
+++ |
+++ |
| Verbindingsroute |
+++ |
|
|
| Voedselgebied |
+++
|
|
|
Verblijven tellen
Alle vleermuizen in Nederland zijn beschermde dieren. Het is belangrijk te weten hoe het met deze dieren is gesteld. Van jaar tot jaar willen we een indruk krijgen van de aantallen en verspreiding van deze dieren. Het is natuurlijk niet mogelijk alle vleermuizen te tellen. Door in het hele land op verschillende plekken te tellen krijgen we hier wel een beeld van. Als u een verbijf geteld heeft kunt u de resultaten digitaal doorgeven via het formulier bij het webonderdeel Zomertellingen.
Hoe en wanneer?
Wanneer kunt u tellen? De telperiode is van mei-augustus.
Wat ga ik nu eigenlijk tellen?
Het gaat vooral om uitvliegende vleermuizen. Daarbij is het interessant te weten of het een kraamkolonie is, dat is een groep vrouwtjes-vleermuizen met jongen.
Kraamkolonie?
Hoe weet u nu of het een kraamkolonie is? Dit is niet altijd makkelijk vast te stellen. Aanwijzingen dat de vleermuizen jongen hebben zijn:
-
Nadat alle volwassen dieren zijn uitgevlogen hoort u nog geluiden uit de verblijfplaats komen.
-
Zogende vrouwtjes keren meerdere malen per avond terug naar de verblijfplaats om de jongen te zogen.
-
Soms wordt een jong (dood) op de grond gevonden.
Hoe laat beginnen met tellen?
Vleermuizen vliegen uit rond zonsondergang. Per soort kan dat enkele minuten verschillen. Om alle dieren te kunnen tellen moet u er vanaf de eerste uitvlieger bij zijn. Het uitvliegen duurt ongeveer een half uur, dat hang af van het totale aantal. Als een kwartier lang geen vleermuis meer uitvliegt is de telling afgelopen.
Hoe moet ik tellen?
De vleermuizen vliegen één voor één uit een uitvlieg- opening. Dit kan een kiertje in de spouwmuur zijn, een spleetje achter een houten betimmering of onder de dakpannen vandaan. Het is dus handig als u een paar dagen van te voren al weet waar ze uit komen. Het kan ook zijn dat ze uit meerdere gaten komen, bijvoorbeeld aan de zijkant en aan de achterkant van het huis. Als dat zo is heeft u hulp nodig bij het tellen. U kunt natuurlijk niet op twee plaatsen tegelijk zijn. De uitvliegende vleermuizen telt u gewoon één voor één. Vleermuizen zijn het makkelijkste te zien tegen een lichte achtergrond. Daarvoor kunt u bijvoorbeeld het beste op een stoel vlak naast de muur gaan zitten, zodat u de vleermuizen boven u tegen de hemel ziet wegvliegen.
Schrijf het totaal meteen op, zodat u het niet vergeet.
Nog even alles op een rijtje:
-
Probeer het uitvlieg gat of gaten op te sporen.
-
Vraag of iemand samen met u wilt tellen.
-
Pols eens in de buurt of er mensen met vleermuizen zijn, ze kunnen ook mee tellen.
-
Ga net voor zonsondergang naar buiten.
-
Neem plaats onder de uitvlieg opening.
-
Begin te tellen vanaf de eerste uitvlieger.
-
Stop met tellen als er zo'n 15 minuten niets meer naar buiten komt.
-
Schrijf het aantal meteen op.
-
Vul het telformulier op deze website in
Mug op het menu
Een kolonie van 50 vleermuizen eet op een avond zo'n 150 gram muggen en andere insecten, die u liever niet in uw slaapkamer heeft. Het is dus heel bijzonder als u vleermuizen in huis heeft.
Geen engerds!
Vleermuizen hebben een onterechte reputatie als vampiers en haren-vliegers. Vleermuizen doen echter geen kwaad. Ze vliegen niet in haren en richten geen schade aan. Alleen bij hoge uitzondering kan enige overlast ontstaan. Dit is meestal een korte periode, dan verhuizen ze weer. Kijk voor meer info over vleermuizen in huis op deze website
Vleermuis-vrijwilligers!
Vrijwilligers van vleermuis-werkgroepen vervullen een belangrijke rol bij de monitoring van vleermuizen. Zij hebben kennis van zaken en kunnen met een bat-detector de soort vleermuis vaststellen.
Het kan zijn dat een vrijwilliger bij u langs komt om te kijken welke vleermuis bij u huist. Soms kunnen zij u ook helpen bij de telling. Het is echter niet mogelijk om alle adressen te bezoeken. In het waarnemingenformulier kunt u aangeven of u een eventueel bezoek op prijs stelt.
|