|
In 2002 is gestart met een onderzoek naar de meervleermuis. De meervleermuis (Myotis dasycneme) is één van de twintig vleermuissoorten die in Nederland voorkomt en naar zeggen een van de meest karakteristieke Nederlandse vleermuissoorten. De verspreiding van de meervleermuis volgt zomers vrijwel volledig de waterkaart van Nederland. Zo komen de dieren vooral voor in de waterrijke provincies Zuid-Holland, Utrecht, Friesland, Noord-Holland, Overijssel en de randmeren bij Flevoland en Gelderland. Deze provincies hebben een heel gevarieerd landschap, met veel grotere en kleinere plassen, vochtige kruidenrijke weilanden en een heel scala aan waterwegen die de natte gebieden onderling verbinden.
Verspreiding Europa
Ons land is erg geschikt voor deze dieren. Het is dan ook niet voor niks dat het merendeel van de Europese populatie meervleermuizen in ons land leeft! In ons land zijn momenteel ongeveer 60 kraamkolonies bekend, de totale Nederlandse populatie wordt geschat op 10000 dieren geschat. Ter vergelijking, in België is momenteel slechts 1 kraamkolonie bekend, in Duitsland slechts 15 en in Polen slechts 2 kolonies.
Aanleiding onderzoek
Met zoveel meervleermuizen in ons land hebben we een internationale verantwoordelijkheid voor deze dieren. Het landschap waar ze zich aan hebben weten te passen is nu in sneltreinvaart aan het veranderen. Zo komt de kwaliteit van het oppervlakte water steeds weer onder druk te staan en verliezen steeds meer waterwegen hun oorspronkelijke gebruiksfunctie. Andere veranderingen in het leefgebied van deze dieren zijn aanleg van woonwijken en infrastructuur (met bijbehorende verlichting), vaak in de directe omgeving van waterwegen en plassen. Ook verstoring door recreatie, kappen van houtwallen langs waterwegen, intensivering van de landbouw en verdroging zorgt voor een afname van de omvang van hun leefomgeving.
Om meervleermuis te kunnen beschermen is het nodig om rekening te houden met de eisen die de dieren aan zijn landschap stelt. Helaas is hier nog erg weinig over bekend, met als gevolg dat onderzoekers en beleidsmakers zich vast houden aan een verouderde kennis over de meervleermuis.
Met de resultaten van dit onderzoek hopen we aan te kunnen tonen wat een meervleermuis echt nodig heeft om te overleven. En willen we concrete adviezen kunnen geven om de leefomgeving van de dieren op een vrij simpele manier behouden kan worden. En heel belangrijk, we willen een handvast geven om een gebied dekkend voor meervleermuizen te inventariseren.
Meten is weten
Het hoofddoel van dit onderzoek is kort samengevat 'het in kaart brengen van het landschapgebruik van de meervleermuizen'. Waar wonen de dieren, waar jagen ze en welke routes gebruiken ze om van hun verblijfplaats naar hun foerageergebied te vliegen. Ook proberen we te begrijpen waarom de dieren ergens wonen, vliegen of jagen. Ook weersomstandigheden bepalen waarom een dier ergens vliegt, denk o.a aan beschutting voor wind, insectenaanbod en aanwezigheid van schuilplaatsen tijdens regenbuien.
Om deze complexe vraagstelling op te lossen, gebruiken we een combinatie van meerdere methodes. Zo worden trekroutes geteld met behulp van een batdetector, individuele dieren worden gevolgd door middel van telemetrie (het op afstand volgen van gezenderde dieren met een ontvanger en antenne, in totaal 21 dieren) en worden dieren gevangen. De gevangen dieren krijgen een individueel merkteken en de reproduktieve status en biometrische maten worden vastgesteld. Verder wordt van elk dier een keutel verzameld om later het dieet te bestuderen. Vleermuis uitwerpselen bestaat uit niet verteerde insektenresten, met behulp van een binoculair zijn deze vaak te determineren.
 Het vangen van meervleermuizen. Foto: Rene Janssen.
Nieuwsgierig naar de resultaten van dit onderzoek?
U kunt ze nalezen in een aantal losse artikelen:
- Haarsma, A-J, G. Achterkamp & R. Janssen (2001). Meervleermuizen in het land van Wijk en Wouden. Vlen nieuwsbrief, 13(3).
- Haarsma, A-J (2002). Een wijk vol mannen; resultaten van het eerste telemetrische onderzoek naar vleermuizen in Nederland. Zoogdier, 13 (4): 13-17.
- Haarsma, A-J (2003). Meervleermuizen nemen Zuid-Holland over. Zoogdier, jrg 14 (4): 18-21.
- Haarsma, A-J (2003). Meervleermuizen ringen en dan terugvangen. Zoogdier, jrg 14 (2): 26-27.
- Haarsma, A-J (2006). Nederland, meervleermuisland. Brochuren van VZZ.
Meehelpen met onderzoek naar meervleermuizen?
Elk jaar helpen ca 75 vrijwilligers mee met het onderzoek naar meervleermuizen. Hulp is vooral nodig bij het tellen van uitvliegende dieren in verblijven en allerlei hand en spandiensten tijdens vangacties. Ook is het mogelijk mee te helpen met de telling van overwinterende vleermuizen. Vleermuiswerkers kunnen meelopen tijdens dit onderzoek om getraind te worden in het vangen en hanteren van vleermuizen. Hiervoor een rabies inenting verplicht. Ook worden trainingen in telemetrie onderzoek gegeven.
U kunt natuurlijk ook meehelpen met dit onderzoek door zelfstandig waarnemingen te verzamelen over de verspreiding van meervleermuizen. Vooral informatie over verblijfplaatsen en vliegroutes zijn erg welkom.
Voor vragen, opmerkingen of meer informatie, stuur een mailtje naar; ahaarsma@@@dds.nl
Mogelijk gemaakt door....
Dit onderzoek wordt, naast de inzet van vele vrijwilligers, mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van
- Prins Bernhard Cultuurfonds
Zuid -Holland
- Dierenrampenfonds
- Wereld Natuur Fonds
- Leids Universiteitsfonds
- Zuidhollandse Milieufederatie
- Gravin van Bylandt Stichting
- Fonds 1818
|
- VSB Fonds
- Stichting De Linde
- Suzanne Hovinga stichting
- Haëlla stichting
- Stichting Vleermuisbureau
- Van Pelkwijkfonds
- Bat Conservation International.
|
Daarnaast bieden Universiteit Leiden en de Zoogdiervereniging VZZ facilitaire ondersteuning.
Tekst: Anne-Jifke Haarsma
|