Vleermuizen

Vleermuis atlas

Onderzoek en bescherming

Jaar van de vleermuis

Home Soortteksten Kleine dwergvleermuis
Kleine dwergvleermuis Afdrukken E-mail

Sinds kort zijn in Nederland twee soorten dwergvleermuizen te onderscheiden. De beste-luister-frequentie van de een, de gewone dwergvleermuis, zit rond de 45 kHz zit. Van de nieuwe soort, de kleine dwergvleermuis, zit de best luister frequentie rond de 55 kHz. We weten nu dat, zij het zeer zeldzaam, die kleine dwergvleermuis in Nederland aanwezig is. Hij is zeker zeldzaam, maar het is desondanks goed mogelijk we de soort her en der ook gemist hebben, omdat we niet of te weinig op 55 kHz geluisterd heben.


Vliegbeeld 

Beide soorten hebben een typisch dwergvleermuis-vliegbeeld: dwz. een kleine vleermuis met relatief lange smalle vleugels. Het lijkt op de rosse vleermuis, maar dan beduidend kleiner natuurlijk. De kleine dwergvleermuis lijkt wat kleiner dan de gewone, maar dat is in de vlucht niet makkelijk te zien. Beide patrouilleren ze vaak op en neer langs de vegetatie of langs een oever en dergelijke, maar kunnen ze ook in een hectische vlucht met plotselinge wendingen, dichter op de vegetatie, onder overhangende boomkronen of tussen de boomkronen jagen. De kleine dwergvleermuis is dan vaker in groepen en lijkt al met al een ‘drukker’ en ‘onrustiger’ dier.  

 

Geluid

Beide soorten produceren een snel ritme van middellange pulsen met duidelijke toonkwaliteit, “piep piep piep piep poup piep poup piep poup poup poup”, in een typisch dwergvleermuisritme. De pulsen van de kleine dwergvleermuis zijn wat korter en het hele ritme is sneller en lichter. Het belangrijkste verschil tussen de gewone dwergvleermuis en de kleine dwergvleermuis zit ’m echter in de QCF frequentie of beste luister frequentie. Die ligt bij de gewone dwergvleermuis rond de 45 kHz en bij de kleine dwergvleermuis rond de 55 kHz.
Maar pas op (!), het FM deel van de puls van gewone dwergvleermuizen is ook op 55 kHz te horen, vooral wanneer er een aantal dieren bij elkaar vliegen. Het gaat er dus niet alleen om ‘een dwergvleermuis’ te horen op 55 kHz, maar om het horen van de bij de beste luister frequentie passende toonkwaliteit: “piep piep piep piep poup piep poup piep poup poup poup” op 55 kHz.

Het is dus van groot belang te weten hoe een heterodying detector werkt, en hoe je de beste luister frequentie bepaalt. Lees dit eerst de tekst over afstemmen met de heterodyne detector op deze site. Lees dus eerst die informatie aandachtig door, dan is de daarna volgende informatie beter te begrijpen.

Na de uitleg over het tunen, zal duidelijk zijn dat we die beste luister frequentie nooit exact kunnen bepalen. Het gaat immers om een langzaam veranderende ‘bijna’ (maar niet helemaal) constante frequentie, die we bovendien in een frequentievenster met een bepaalde breedte proberen te bepalen. We kunnen deze frequentie dus slechts tot op 1 á 2 kHz nauwkeurig bepalen!

Wanneer je inderdaad de typische toonkwaliteit: “piep piep piep piep poup piep poup piep poup poup poup” vindt bij 55 kHz, of denkt dat dat zo is, draai dan je detector langzaam omlaag. Wanneer je dan, terwijl je de afstemming langzaam verandert van 55 kHz in richting van 50 en 48 kHz, een steeds hogere en steeds zachtere toon krijgt, die rond de 48 zelfs verdwijnt, dan moet het de kleine dwergvleermuis zijn. Dan hebben we beet.

kleine_en_gewone_dwerg.jpg
grote afbeelding
kleine_en_gewone_dwerg.jpg

 

De beste luister frequentie van de kleine dwergvleermuis ligt rond de 55 kHz, die van de gewone dwergvleermuis rond de 45 kHz.  

 

 

Het is echter zeker niet onmogelijk dat de kleine en de gewone dwergvleermuis op een en dezelfde plek jagen. Dan begin je, wanneer je vanaf 48 kHz omlaag draait, weer lage tonen met toonkwaliteit op te pikken van de gewone dwergvleermuis. In dat geval hebben we in principe wel beet, maar tegelijk veel minder zekerheid. Zeker met detectors met een relatief breed frequentievenster wordt het dan moeilijk om ze goed te onderscheiden.

 

kleine_dwergvleermuis.jpg
grote afbeelding
kleine dwergvleermuis

Wanneer je vanaf 55 kHz steeds lager draait, wordt de weergave van de kleine dwergvleermuis steeds hoger. Rond de 50 a 48 kHz verdwijnt de ontvangst, maar zou de gewone dwergvleermuis in het frequentievenster komen en eveneens met een hoge toon. Draai je dan nog lager, dan is de kleine dwergvleermuis zeker buiten bereik en wordt de gewone dwergvleermuis meer en meer hoorbaar op zijn beste luister frequentie. 

 

‘Rond’ de 55 kHz en ’rond’ de 45 kHz?


Tot zover klinkt het allemaal nog relatief eenvoudig, maar we zijn er nog niet. Ik schreef steeds: de beste luister frequentie van de kleine dwergvleermuis ligt ‘rond’ de 55 kHz en die van de gewone dwergvleermuis ‘rond’ de 45 kHz. Daarmee wil ik aangeven, dat hierin enige variatie zit. En met die variatie moeten we op een of andere manier omgaan. Een deel van de variatie is het gevolg van het aanpassen van de puls aan de jacht omstandigheden. Vliegt de vleermuis in een open gebied, verder weg van de vegetatie en soortgenoten, dan is het QCF deel van de puls langer en de frequentie wat lager. Vliegt de vleermuis dichter op de vegetatie, of in een groepje soortgenoten, dan is het QCF deel kort, hoor je minder toonkwaliteit en is de QCF frequentie wat hoger. Het is daarom voor onze actie het best de dieren op enige afstand van de vegetatie proberen te horen. Ook dit draagt eraan bij dat de QCF frequentie slechts tot op 1 á 2 kHz nauwkeurig te bepalen is.
    Daarnaast lijkt er, als je overal in Europa kijkt, ook onafhankelijk van die aanpassing, variatie te bestaan. De kleine dwergvleermuis gaat soms met zijn beste luister frequentie in de richting van de 50 kHz en ook de gewone dwergvleermuis gaat soms in de richting van de 50 kHz, en dat zelfs bij dieren in open gebied. In het overlap gebied rond de 50 kHz moeten we daarom met een zekerheidsmarge werken.
    Die ‘zeer hoge’ gewone dwergvleermuizen hebben we in Nederland eigenlijk nooit gevonden. Onze gewone dwergvleermuizen lijken, in vergelijking tot andere plaatsen in Europa, eerder aan de lage kant, met QCF frequenties rond 43 kHz. Maar in verband met de potentiële variatie, de methodische onnauwkeurigheid in het bepalen van de beste luister frequentie, en de ervaring die nodig is om dit precies te doen, is het desondanks voor het onderscheiden van kleine dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis verstandig om ook in Nederland met een ‘zekerheidsmarge’ te werken. Vanaf 52 kHz en hoger wordt geaccepteerd als kleine dwergvleermuis, vanaf (of tot) 48 kHz en lager wordt geaccepteerd als gewone dwergvleermuis.
    In Nederland gaat vanaf 40 kHz natuurlijk de ruige dwergvleermuis een rol spelen, en in het zuiden van Europa krijg je bij 52 kHz en hoger ook met de Schreiber’s vleermuis te maken. Hier zijn het dan vooral grootte, vliegbeeld, vlieggedrag, ritme en pulslengten die het verschil maken.

 

variatie.jpg

In verband met de variatie in beste luister frequentie in de kleine dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis werken we met een zekerheidsmarge. Bij het onderscheiden van de kleine en gewone dwergvleermuis, geldt 52 kHz en hoger als kleine dwergvleermuis, en 48 kHz en lager, als gewone dwergvleermuis.  

 

Bevestiging

Omdat de kleine dwergvleermuis in Nederland vooralsnog maar op een locatie gevonden is, en wellicht een zeldzaamheid is, moeten we de plaatsen waar die in deze actie gevonden of vermoedt wordt natuurlijk controleren om de waarneming te bevestigen. Opnames met een frequentie deler (DIV) of time expansion detector (TE) kunnen natuurlijk geanalyseerd worden. Daar waar alleen afstembare detectors aanwezig waren, maar alle tekenen op kleine dwergvleermuis duiden, willen we nog eens op pad op TE opnames te maken. Die zijn dan te analyseren. Op zichzelf is dat voldoende om de waarneming te kunnen accepteren of afwijzen. Desondanks wil ik graag verder gaan in de controle. Als er ergens grotere aantallen worden waargenomen, dan moet het ook mogelijk zijn een kolonie te vinden. Daar kan dan worden afgevangen om de uiterlijke kenmerken te controleren. Als er dus ergens grotere aantallen ‘mogelijke kleine dwergvleermuizen’ boven water komen, ga dan ook achter de verblijfplaats aan, zoek naar zwermende dieren en check eventuele bekende verblijfplaatsen van ‘dwergen’ voor de zekerheid nog eens op hun frequenties!

 

Auteur

Herman Limpens 

Email: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

 
Vleermuis.net is een website van de VLEN en de Zoogdiervereniging
All Rights Reserved | © 2012 , Info
Joomla website en webhosting door NetSolid