|
Inleiding |
|
|
|
Voor het uitvoeren van een natuurtoest is door het Netwerk Groene Bureaus op 5 maart 2010 een vleermuisprotocol opgesteld. In dit protocol staan richtlijnen zoals in welke periode onderzoek te doen naar winter -en of zomerverblijven, bij welke weersomstandigheden veldwerk kan worden uitgevoerd en van hoe laat tot hoe laat.
Hieronder een voorbeeld uit de tekst van het protocol weergegeven. Het protocol vleermuizen is te downloaden van deze site en ook op de website van het Netwerk Groene Bureaus: www.netwerkgroenebureaus.nl en op de website van de Gegevensautoriteit Natuur: www.gegevensautoriteitnatuur.nl.
|
|
|
Doel, status en reikwijdte |
|
|
Doel van het protocol
Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen ten dienste van ontheffingaanvragen voor de Flora en Faunawet. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie.
|
|
Lees meer...
|
|
Handleiding gebruik protocol |
|
|
1. De in te zetten personele capaciteit moet afgestemd worden op omvang, de complexiteit van het gebied of gebouw en de aard van de ingreep en de in te zetten methoden.
2. De keuze van in te zetten methoden en technieken dient aan te sluiten bij de situatie en de te verwachten soorten. De keuze vereist kennis van de nieuwste methoden en technieken zodat een afweging kan worden gemaakt welke van de beschikbare methoden en technieken het meest geschikt en/of efficiënt is. Als uitgangspunt is in dit protocol daarbij het ecologische principe van de niche gehanteerd. Daaruit volgt dat soorten van elkaar verschillen en dat elke soort eigen specifieke tijden, data en perioden voor optimale waarneming heeft. Mede hierdoor is het tabblad 'werkwijzen' gecompliceerd. Wanneer op een locatie de uitvliegopeningen bekend of overzichtelijk zijn of door veel individuen gebruikt worden, kan voor elk veldbezoek worden volstaan met avond. Onbekende, meerdere of vermoede uitvliegopeningen kunnen het beste 's ochtends aan de hand van het inzwermen worden gevonden.
|
|
Lees meer...
|
|
|
Inschatting vooronderzoek |
|
|
Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten.
|
|
Lees meer...
|
|
Gebruikte definities protocol |
|
|
2.1 De definities van de gebiedsfuncties
- Verblijfplaats: Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat).
- Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|
<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>
|
|
JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL |