|
Inleiding |
|
|
|
Hondsdolheid oftewel rabiës is een virusziekte die overgedragen kan worden door fysiek contact met zieke zoogdieren, zoals honden, vossen en ook vleermuizen. Het virus dat wel bij een aantal Europese soorten vleermuizen is aangetroffen wordt het European Bat Lyssa Virus (EBLV) genoemd. Dit virus is minder besmettelijk dan het klassieke rabiësvirus, maar men dient altijd voorzichtig te zijn en handschoenen te dragen.
|
|
|
De ziekte |
|
|
|
Vleermuizen kunnen (net als de meeste andere zoogdieren) ziektes overbrengen. Vaak worden vleermuizen in één adem genoemd met hondsdolheid (rabiës). Het is echter een algemene misvatting dat de meeste vleermuizen deze ziekte hebben. In werkelijkheid is bij slechts enkele soorten vleermuizen een soort hondsdolheidsvirus gevonden. Dit is niet hetzelfde virus als de klassieke hondsdolheid, die vroeger onder bijvoorbeeld vossen voorkwam. Het virus dat wel bij een aantal Europese soorten vleermuizen is aangetroffen wordt het European Bat Lyssa Virus (EBLV) genoemd. Hoewel slechts een uiterst gering percentage vleermuizen besmet is met het virus, is het voor mensen zonder behandeling wel dodelijk.
|
|
Lees meer...
|
|
Gebeten? |
|
|
|
In dit hoofdstuk vindt u een stappenplan wat te doen na direct contact tussen mens en vleermuis of tussen huisdier en vleermuis. Het maakt daarbij niet uit of er sprake is van een bijtcontact of dat de vleermuis alleen maar is aangeraakt. Ook maakt het niet uit of het om een soort gaat waar wel eens rabiës bij is aangetroffen of dat het om een soort gaat waarbij dat nog nooit het geval is geweest.
We onderscheiden de volgende situaties:
1. Contact met een mens, de vleermuis is verdwenen
2. Contact met een mens, de vleermuis is gevangen
3. Contact met een huisdier, de vleermuis is verdwenen
4. Contact met een huisdier, de vleermuis is gevangen
|
|
Lees meer...
|
|
|
Risico-soorten |
|
|
|
Van de 21 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is bij 2 soorten vastgesteld dat deze met hondsdolheid besmet kunnen zijn. Dit betreft de laatvlieger en de meervleermuis. Van de laatvlieger is de laatste jaren gemiddeld 15-20% van de voor onderzoek aangeboden laatvliegers positief op het EBL-virus getest. Het percentage besmette dieren van de totale populatie laatvliegers in Nederland is waarschijnlijk veel kleiner.
|
|
Lees meer...
|
|
|
|
|
|