Vleermuizen en hondsdolheid (rabiës)

Niet iedere vleermuis...
Zeer kleine kans, maar neem geen risico
Wat te doen als u een vleermuis vindt?
Wat te doen als u toch gebeten wordt?
Informatie voor vleermuiswerkers


Vleermuizen en hondsdolheid (rabiës) : in het kort

  • De kans dat u met een hondsdolle vleermuis in aanraking komt is erg klein. Bij slechts een heel klein deel van twee in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is een aan het hondsdolheidvirus verwant virus aangetroffen. Lees verder...
  • U kunt door een vleermuis besmet worden als u door die vleermuis wordt gebeten. Met hondsdolheid besmette vleermuizen vallen mensen niet aan. U kunt dus alleen gebeten worden als u de vleermuis probeert op/vast te pakken. Doe dat dus niet ! Lees verder...
  • Wanneer u ergens een vleermuis vindt, vermijdt dan ieder direct contact met de vleermuis en zorg dat je niet gebeten wordt. Hoewel de besmettingskans daarbij heel erg klein is kunt u besmet worden als een met hondsdolheid besmette vleermuis in aanraking komt met een wondje op bijvoorbeeld uw handen. U kunt de vleermuis zonder aan te raken in veiligheid stellen. Lees verder...
  • Wordt u onverhoopt toch gebeten door een vleermuis, neem dan z.s.m. contact op met uw huisarts. Hebt u de vleermuis dan nog, neem dan ook direct contact op met een vleermuisdeskundige. Lees verder...
  • Vleermuizen zijn beschermde dieren. Dat hondsdolheid onder vleermuizen voor kan komen is geen reden om dat te veranderen. De kans dat u met een besmette vleermuis in aanraking komt is uiterst klein en als u direct contact met de vleermuis vermijdt loopt u geen enkel risico. Vleermuizen die in uw buurt rondvliegen of in uw spouwmuur of onder de dakpannen wonen vormen dus geen gevaar.

Niet iedere vleermuis heeft hondsdolheid

laatvlieger / © Peter TwiskVleermuizen kunnen (net als de meeste andere zoogdieren) ziektes overbrengen. Vaak worden vleermuizen in één adem genoemd met hondsdolheid (rabiës). Het is echter een algemene misvatting dat de meeste vleermuizen deze ziekte hebben. In werkelijkheid is bij slechts enkele soorten vleermuizen een soort hondsdolheidsvirus gevonden. In Europa komt het klassieke hondsdolheidvirus dat vroeger onder bijvoorbeeld vossen voorkwam niet voor bij vleermuizen. Het virus dat wel bij een aantal soorten vleermuizen is aangetroffen wordt het European Bat Lyssa (EBL) Virus genoemd.
Van de 21 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is bij 2 soorten vastgesteld dat deze met hondsdolheid besmet kunnen zijn. Dit betreft de laatvlieger en de meervleermuis. Van de laatvlieger is de laatste jaren gemiddeld 15-20% van de voor onderzoek aangeboden laatvliegers positief op het EBL-virus getest. Het percentage besmette dieren van de totale populatie laatvliegers in Nederland is waarschijnlijk veel kleiner. Onder meervleermuizen komt het virus nauwelijks voor. Bij verreweg de meeste soorten vleermuizen in Nederland is rabiës niet aangetoond. Omdat de verschillende soorten vleermuizen lastig te herkennen zijn, is het toch belangrijk om altijd allert te zijn. Overigens is bij de meest voorkomende vleermuis in Nederland - de gewone dwergvleermuis - het virus nooit gevonden, ook niet buiten Nederland.

Wanneer vleermuizen hun verblijfplaats hebben in uw spouwmuur of onder uw dak levert dat geen enkel gevaar voor uw op. Ook voor de vleermuizen die u 's avonds boven de straat of uw tuin ziet vliegen hoeft u niet bang te zijn. Alleen als u een zieke, gewonde, verzwakte of dode vleermuis vindt moet u ervoor zorgen dat u geen risico loopt.

Zeer kleine kans, maar neem toch geen risico.

In Nederland heeft nog niemand, ook geen huisdieren, kwade gevolgen ondervonden van contact met een met hondsdolheid besmette vleermuis. En dat willen we zo houden. Daar hoeft u niet iets speciaals voor te doen. U kunt de ziekte namelijk alleen maar krijgen als u door een besmette vleermuis wordt gebeten of als u met een wondje op bijvoorbeeld uw handen met een vleermuis in aanraking komt.
Vleermuizen kunnen niet zo goed zien en "kijken" daarom via hun oren: ze luisteren naar de echo's van kreetjes die ze meestal met hun mond uitstoten en krijgen zo een beeld van de omgeving. Dat betekent dat ze - als ze rond willen kijken - hun bek ver open sperren en hoge piepgeluidjes maken. Hoewel zo'n geopende bek er best eng uit kan zien betekent het dus niet dat de vleermuis agressief is.
Een vleermuis zal zich zoals ieder ander wild dier natuurlijk wel verdedigen als u hem probeert op te pakken. Zolang u dus niet probeert een vleermuis te vangen of hem met blote handen vast te pakken, is er niets aan de hand.

Wat te doen als u een vleermuis vindt?

Als u een vleermuis vindt zijn de volgende zaken van belang:

Meer informatie over wat u moet doen als u een vleermuis hebt gevonden is te lezen op de pagina "Vleermuis gevonden : wat moet u doen?"

Wat te doen als u toch door een vleermuis gebeten wordt?

Als u toch door een vleermuis gebeten wordt zijn de volgende zaken van belang:


Informatie voor vleermuiswerkers

De Vleermuiswerkgroep Nederland raadt iedereen die zich beroepsmatig of vrijwillig met vleermuizen bezig houdt om:

  • er voor te zorgen dat zij gevaccineerd zijn tegen vleermuizenrabiës. Zorg er ook voor dat je regelmatig laat onderzoeken op je vaccinatie nog up-to-date is.
  • bij het hanteren van vleermuizen altijd handschoenen te dragen die voldoende bescherming bieden.
  • wanneer zij toch gebeten worden het hierboven beschreven advies op te volgen.

Richtlijnen voor meldingen van gevonden vleermuizen
Wanneer u een melding krijgt van mensen die een vleermuis in huis of op straat hebben gevonden is het altijd van belang om vast te stellen of er sprake geweest is van bijtcontact of handcontact waarbij via wondjes kans op besmetting bestaat.
Als iemand inderdaad door een vleermuis is gebeten, leg dan rustig uit dat de betreffende persoon zo snel mogelijk contact moet opnemen met de huisarts. Het is vaak handig om daarbij uw telefoonnummer aan die persoon mee te geven zodat de huisarts eventueel weer contact met u kan opnemen. Noteer zoveel mogelijk informatie rond de vondst van de vleermuis als de melder kan geven.
Als de vleermuis die heeft gebeten nog bij de melder is, leg dan uit dat deze moet worden veilig gesteld. Haal het dier vervolgens zo snel mogelijk op. Wees daarbij ook zelf alert en laat u niet bijten!
Neem bij bijtgevallen, waarbij spoedige diagnose bij een vleermuis moet worden gesteld, zo snel mogelijk contact op met het gratis nummer 0800-0488. Zonodig kan er dan voor spoedtransport naar het CDIC-Lelystad worden gezorgd.

Vleermuiswerkers die vragen hebben over rabies in Nederland en advies willen over hoe om te gaan met vragen en onrustgevoelens van mensen kunnen contact opnemen met Peter Lina (phc.lina@tiscali.nl / 071-5314979)
Alle vondsten van dode vleermuizen (en zieke vleermuizen die vervolgens overlijden) zijn belangrijk voor rabiësonderzoek en ander onderzoek aan vleermuizen in Nederland. Meer informatie over het opsturen van dode vleermuizen voor onderzoek kunt u vinden in de volgende publicaties:

Lina, Peter. Rabiës bij vleermuizen in Nederland in 2001. - In: VLEN-Nieuwsbrief : Jrg. 14 ; nr. 39 (1-2002), p. 8
Haarsma, Anne-Jifke. Het opsturen van vleermuizen naar een museum. - In VLEN-Nieuwsbrief : Jrg. 13 nr. 38 (3-2001), p. 3-4


Home (met menu !) | nieuws | sitemap | index A-Z | zoeken | feedback | over de website
over vleermuizen | vleermuizen in Nederland | vleermuizen in huis | vleermuis gevonden? |
bescherming | onderzoek en monitoring | landelijke telavond | werkgroepen |
agenda | literatuur | links


Verenging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming © Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ), 2003 Niets van deze website mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotocopie, plaatsing van teksten en/of afbeeldingen op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs/makers. Over copyright.