Vleermuizen en hondsdolheid (rabiës) : in het kort
- De kans dat u met een hondsdolle vleermuis in aanraking komt is erg
klein. Bij slechts een heel klein deel van twee in Nederland voorkomende
soorten vleermuizen is een aan het hondsdolheidvirus verwant virus aangetroffen.
Lees verder...
- U kunt door een vleermuis besmet worden als u door die vleermuis wordt
gebeten. Met hondsdolheid besmette vleermuizen vallen mensen niet aan.
U kunt dus alleen gebeten worden als u de vleermuis probeert op/vast
te pakken. Doe dat dus niet ! Lees verder...
- Wanneer u ergens een vleermuis vindt, vermijdt dan ieder direct contact
met de vleermuis en zorg dat je niet gebeten wordt. Hoewel de besmettingskans
daarbij heel erg klein is kunt u besmet worden als een met hondsdolheid
besmette vleermuis in aanraking komt met een wondje op bijvoorbeeld
uw handen. U kunt de vleermuis zonder aan te raken in veiligheid stellen.
Lees verder...
- Wordt u onverhoopt toch gebeten door een vleermuis, neem dan z.s.m.
contact op met uw huisarts. Hebt u de vleermuis dan nog, neem dan ook
direct contact op met een vleermuisdeskundige. Lees
verder...
- Vleermuizen zijn beschermde dieren. Dat hondsdolheid onder vleermuizen
voor kan komen is geen reden om dat te veranderen. De kans dat u met
een besmette vleermuis in aanraking komt is uiterst klein en als u direct
contact met de vleermuis vermijdt loopt u geen enkel risico. Vleermuizen
die in uw buurt rondvliegen of in uw spouwmuur of onder de dakpannen
wonen vormen dus geen gevaar.
|
Niet iedere vleermuis heeft hondsdolheid
Vleermuizen
kunnen (net als de meeste andere zoogdieren) ziektes overbrengen. Vaak worden
vleermuizen in één adem genoemd met hondsdolheid (rabiës).
Het is echter een algemene misvatting dat de meeste vleermuizen deze ziekte
hebben. In werkelijkheid is bij slechts enkele soorten vleermuizen een soort
hondsdolheidsvirus gevonden. In Europa komt het klassieke hondsdolheidvirus
dat vroeger onder bijvoorbeeld vossen voorkwam niet voor bij vleermuizen. Het
virus dat wel bij een aantal soorten vleermuizen is aangetroffen wordt het European
Bat Lyssa (EBL) Virus genoemd.
Van de 21 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is bij 2 soorten vastgesteld
dat deze met hondsdolheid besmet kunnen zijn. Dit betreft de laatvlieger en
de meervleermuis. Van de laatvlieger is de laatste jaren gemiddeld 15-20% van
de voor onderzoek aangeboden laatvliegers positief op het EBL-virus getest.
Het percentage besmette dieren van de totale populatie laatvliegers in Nederland
is waarschijnlijk veel kleiner. Onder meervleermuizen komt het virus nauwelijks
voor. Bij verreweg de meeste soorten vleermuizen in Nederland is rabiës
niet aangetoond. Omdat de verschillende soorten vleermuizen lastig te herkennen
zijn, is het toch belangrijk om altijd allert te zijn. Overigens is bij de meest
voorkomende vleermuis in Nederland - de gewone dwergvleermuis - het virus nooit
gevonden, ook niet buiten Nederland.
Wanneer vleermuizen hun verblijfplaats hebben in uw spouwmuur of onder uw dak
levert dat geen enkel gevaar voor uw op. Ook voor de vleermuizen die u 's avonds
boven de straat of uw tuin ziet vliegen hoeft u niet bang te zijn. Alleen als
u een zieke, gewonde, verzwakte of dode vleermuis vindt moet u ervoor zorgen
dat u geen risico loopt.
Zeer kleine kans, maar neem toch geen risico.
In Nederland heeft nog niemand, ook geen huisdieren, kwade gevolgen ondervonden
van contact met een met hondsdolheid besmette vleermuis. En dat willen we zo
houden. Daar hoeft u niet iets speciaals voor te doen. U kunt de ziekte namelijk
alleen maar krijgen als u door een besmette vleermuis wordt gebeten of als u
met een wondje op bijvoorbeeld uw handen met een vleermuis in aanraking komt.
Vleermuizen kunnen niet zo goed zien en "kijken" daarom via hun oren:
ze luisteren naar de echo's van kreetjes die ze meestal met hun mond uitstoten
en krijgen zo een beeld van de omgeving. Dat betekent dat ze - als ze rond willen
kijken - hun bek ver open sperren en hoge piepgeluidjes maken. Hoewel zo'n geopende
bek er best eng uit kan zien betekent het dus niet dat de vleermuis agressief
is.
Een vleermuis zal zich zoals ieder ander wild dier natuurlijk wel verdedigen
als u hem probeert op te pakken. Zolang u dus niet probeert een vleermuis te
vangen of hem met blote handen vast te pakken, is er niets aan de hand.
Wat te doen als u een vleermuis vindt?
Als
u een vleermuis vindt zijn de volgende zaken van belang:
- Vermijd direct contact met de vleermuis: raak ze niet blote handen aan en
laat u zeker niet bijten!
- Als de vleermuis op een ongewenste plaats ligt of hangt dan kunt u hem
op de volgende manier verwijderen:
- plaats een potje, blik of doosje over de vleermuis
- schuif een kartonnetje achter / onder het potje, blikje of doosje.
- Waarschuw een opvangcentrum of uw gemeente
of een vleermuisdeskundige bij u in de buurt.
Meer informatie over wat u moet doen als u een vleermuis hebt gevonden is
te lezen op de pagina "Vleermuis gevonden :
wat moet u doen?"
Wat te doen als u toch door een vleermuis gebeten wordt?
Als u toch door een vleermuis gebeten wordt zijn de volgende zaken van belang:
- neem zo snel mogelijk contact op met uw huisarts. Liefst binnen
72 uur. Vertel duidelijk dat u door een vleermuis bent gebeten. De huisarts
zorgt er dan voor dat u een post-expositievaccinatie krijgt.
- zoals bij alle beetwonden van (wilde) dieren moet u de beetwond goed wassen
met water en zeep en desinfecteer vervolgens met 70% alcohol of jodiumtinctuur.
- stel de vleermuis veilig (indien mogelijk) door deze in een doosje / potje
te doen of door er een potje overheen te zetten. Zorg er voor dat de vleermuis
niet kan ontsnappen. Maak de vleermuis niet dood! Het blijven beschermde
dieren en het doden van de vleermuis kan ook het onderzoeken of de vleermuis
besmet is moeilijk maken.
Neem vervolgens zo snel mogelijk contact op met een opvangcentrum
of vleermuisdeskundige. Deze zorgt ervoor dat de vleermuis wordt onderzocht
of deze met hondsdolheid besmet is. Wanneer de vleermuis niet besmet blijkt
te zijn kunnen verdere postvaccinaties achterwege blijven. Als de vleermuis
die heeft gebeten niet voor onderzoek beschikbaar is, zal vrijwel altijd tot
postvaccinatie worden overgegaan. 
Informatie voor vleermuiswerkers
De Vleermuiswerkgroep Nederland raadt iedereen die zich beroepsmatig
of vrijwillig met vleermuizen bezig houdt om:
- er voor te zorgen dat zij gevaccineerd zijn tegen vleermuizenrabiës.
Zorg er ook voor dat je regelmatig laat onderzoeken op je vaccinatie
nog up-to-date is.
- bij het hanteren van vleermuizen altijd handschoenen te dragen die
voldoende bescherming bieden.
- wanneer zij toch gebeten worden het hierboven beschreven advies op
te volgen.
Richtlijnen voor meldingen van gevonden vleermuizen
Wanneer u een melding krijgt van mensen die een vleermuis in huis of op
straat hebben gevonden is het altijd van belang om vast te stellen of
er sprake geweest is van bijtcontact of handcontact waarbij via wondjes
kans op besmetting bestaat.
Als iemand inderdaad door een vleermuis is gebeten, leg dan rustig uit
dat de betreffende persoon zo snel mogelijk contact moet opnemen met de
huisarts. Het is vaak handig om daarbij uw telefoonnummer aan die persoon
mee te geven zodat de huisarts eventueel weer contact met u kan opnemen.
Noteer zoveel mogelijk informatie rond de vondst van de vleermuis als
de melder kan geven.
Als de vleermuis die heeft gebeten nog bij de melder is, leg dan uit dat
deze moet worden veilig gesteld. Haal het dier vervolgens zo snel mogelijk
op. Wees daarbij ook zelf alert en laat u niet bijten!
Neem bij bijtgevallen, waarbij spoedige diagnose bij een vleermuis moet
worden gesteld, zo snel mogelijk contact op met het gratis nummer 0800-0488.
Zonodig kan er dan voor spoedtransport naar het CDIC-Lelystad worden gezorgd.
Vleermuiswerkers die vragen hebben over rabies in Nederland en advies
willen over hoe om te gaan met vragen en onrustgevoelens van mensen kunnen
contact opnemen met Peter Lina (phc.lina@tiscali.nl
/ 071-5314979)
Alle vondsten van dode vleermuizen (en zieke vleermuizen die vervolgens
overlijden) zijn belangrijk voor rabiësonderzoek en ander onderzoek
aan vleermuizen in Nederland. Meer informatie over het opsturen van dode
vleermuizen voor onderzoek kunt u vinden in de volgende publicaties:
Lina, Peter. Rabiës bij vleermuizen in Nederland
in 2001. - In: VLEN-Nieuwsbrief : Jrg. 14 ; nr. 39 (1-2002), p. 8
Haarsma, Anne-Jifke. Het opsturen van vleermuizen naar een museum. - In
VLEN-Nieuwsbrief : Jrg. 13 nr. 38 (3-2001), p. 3-4
|

Home
(met menu !) | nieuws
| sitemap | index
A-Z | zoeken | feedback
| over de website
over vleermuizen
| vleermuizen in
Nederland | vleermuizen
in huis | vleermuis
gevonden? |
bescherming
| onderzoek en monitoring
| landelijke telavond
| werkgroepen
|
agenda | literatuur
| links
 |
© Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ), 2003
Niets van deze website mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door
middel van druk, microfilm, fotocopie, plaatsing van teksten en/of afbeeldingen
op andere websites of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de auteurs/makers. Over
copyright.
|