Vleermuizen

Vleermuis atlas

Onderzoek en bescherming

Jaar van de vleermuis

Home Bosbeheer
Bosbeheer
Inleiding Afdrukken E-mail

In onderstaande tekst staat een voorlopig overzicht hoe om te gaan met vleermuizen in het bos, met name hoe een bos of landgoed te beheren zodanig dat de vleermuispopulatie behouden blijft. Heeft u aanvullingen of opmerkingen op deze tekst? Mail dan naar: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. . Meer lezen over dit onderwerp? Zie Bomen en vleermuizen. Brochure

 

Algemeen

De watervleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis zijn typisch boombewonende vleermuissoorten (zie ook). Ook een groot aantal andere vleermuissoorten, oa. franjestaart, baardvleermuis en gewone grootoorvleermuis, kunnen regelmatig in bomen worden aangetroffen. Vleermuizen in bomen maken vaak gebruik van spechtenholen. In de regel bewonen ze bomen van 80 jaar of ouder (maar er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen mogelijk, bv: een populier heeft vaak al na 50 jaar geschikte holtes). Waar bomen ontbreken zijn ook soorten als watervleermuis en rosse vleermuis meestal afwezig. Zo zijn deze soorten nagenoeg afwezig in een groot deel van Noord-Holland, Friesland en de Flevopolders. Voor deze soorten vormen verblijfplaatsen in bomen dus een beperkende factor.

 

Waar in een boom?

De meeste vleermuizen die in een boom wonen maken gebruik van spechtenholen. Naast spechtenholen maken vleermuizen ook gebruik van rottingsholen en holtes achter losse schors.

  1. Spechtenholen komen in onze streken veelvuldig voor en worden hoofdzakelijk gemaakt door de Grote bonte specht (Dendrocopus major), Groene specht (Picus viridis) en de Zwarte specht (Dryocopus martius).
  2. De rottingsholen omvatten alle holtes die ontstaan door het inrotten van een beschadiging aan de boom. De oorsprong van deze holtes is zeer verscheiden: vorstscheuren, een afgebroken tak, blikseminslag, exploitatieschade,...
  3. Bij het afsterven van een boom of tak komt de schors los van de stam. Achter deze losse schors kan dan een holte ontstaan die geschikt is als verblijfplaats.

 

 

 

Holtevorming. Tekening: Peter Twisk
grote afbeelding
Holtevorming. Tekening: Peter Twisk

 

 

Spechtenholen

De echte bouwvakkers van het bos zijn de spechten. Zij hakken erop los en verschaffen zichzelf, vele andere vogels en vleermuizen een onderkomen. Spechten gebruiken een holte jaren achtereen en houden daarvoor de toegang open. Als ze dat niet doen herstelt de boom zich en groeit de opening dicht. Als een holte lange tijd in gebruik is  begint na verloop van jaren het ‘plafond’ steeds verder naar boven door te rotten, terwijl de rottingsresten de ‘vloer’ ophogen. Zo’n holte met opgehoogde bodem is heel geschikt voor vleermuizen, want in tegenstelling tot vogels gebruiken ze juist het bovenste gedeelte van een holte.

Het aantal spechten in een gebied heeft een zeer sterke en directe invloed op het holteaanbod. Zowel het aantal holtes als de vorm ervan, worden sterk bepaald door het voorkomen van de respectievelijke spechtensoorten. De Grote bonte specht is in Nederland de meest algemene soort. Bovendien hakt hij ieder jaar een nieuwe holte, waardoor hij voor het grootste aandeel van de holtes verantwoordelijk is. De Zwarte specht hakt zeer grote holtes, maar gebruikt die meerdere jaren. De Groene specht hakt zelf weinig holtes, maar vergroot oude nesten van Grote bonte spechten.

De aanwezigheid van spechten wordt hoofdzakelijk bepaald door het voorkomen van dood hout (zowel staand als liggend) en de aanwezigheid van voldoende mieren. Voor
de Groene specht en de Zwarte specht zijn deze insecten belangrijk om de winter te overleven.

 

Rottingsholen

Levende bomen kunnen op verschillende plekken gaten hebben die geschikt zijn voor vleermuizen. Dergelijke gaten ontstaan door afgebroken takken, krimpscheuren of andere beschadigingen. Dit soort plekken kunnen na verloop van jaren inrotten en zo ontstaan ruimtes groot genoeg voor vleermuizen.

 

Schors

In tegenstelling tot spechtenholen en rottingsholen komt losse schors in hoofdzaak voor bij dode bomen (of bomen met een dood gedeelte). Er is een verband tussen de
boomdiameter (=leeftijd) en het percentage losse schors; oude dode bomen hebben meer losse schors dan jonge dode bomen. De schors van oude bomen is ook dikker. Vleermuizen gebruiken de ruimte achter loshangende schors kunnen ze gebruiken. Voor de mopsvleermuis is dit zelfs het belangrijkste type verblijfplaats.

 
Deel je bos- of boombeheer ervaringen Afdrukken E-mail

Inleiding


Veel vleermuissoorten gebruiken bomen als onderkomen. Om uiteenlopende redenen krijgen bomen vaak niet de kans het stadium te bereiken waarin ze geschikte holten bevatten of worden delen met zulke holten verwijderd. Ook komt het geregeld voor dat bomen met holten die voor vleermuizen worden gebruikt worden gekapt. De Zoogdiervereniging en de vleermuizenwerkgroep proberen te bewerkstelligen dat er bij het beheer van bomen op een verantwoorde manier rekening gehouden zal worden met het belang dat ze voor vleermuizen kunnen hebben. Een van de hulpmiddelen daarbij is na te gaan hoe groot de problemen bij het beheer van bomen in relatie tot verblijfplaatsen van vleermuizen nu zijn. Daarom vragen we je onderstaande vragenlijst in te vullen.

 

1. Heb je ooit problemen bij het beheer van bomen in relatie tot vleermuizen ervaren?
 

 

Als je 'ja' hebt aangeklikt, ga dan door met de volgende vragen.

 

2. En toen?
 

 

3. Heb je bij de beheerder of eigenaar van de bomen deze problemen gemeld?
 

 

Bonusvraag:

 

4. Een beuk kandelaberen om deze te behouden voor vleermuizen, werkt het?
 

 

 

 

 

 
Onderhoud, stappenplan Afdrukken E-mail

I

Bij beheerwerkzaamheden aan bomen, zoals kap en wegzagen van zijtakken, moet het volgende protocol in acht genomen worden (hierbij wordt er vanuit gegaan dat de benodigde ontheffingen voor de kap en beheer van bomen aanwezig zijn):
1.    Een boom wordt in zijn geheel omgezaagd, ga verder bij punt 3

 

2.    Een zijtak wordt afgezaagd, ga verder bij punt 4

 

3.    Controleer de boom nauwkeurig op holtes (zowel visueel als dmv kloppen). Indien een boom een grote kruin heeft, dient ook de kruin gecontroleerd te worden. Inspectie vanaf de grond is hierbij niet voldoende.

  1. Indien de boom geen holtes heeft, kan de boom gekapt worden. Indien voorkoming van schade bij buurbomen relevant is: de boom eerst ontmantelen en vervolgens gericht omhalen. Het hout kan direct verwerkt en afgevoerd worden.
  2. Indien de boom geen holtes heeft, maar wel in de buurt van bekende vleermuisbomen staat, ga verder bij punt 6.
  3. Indien de boom holtes heeft, ga verder bij punt 5.

 

4.    Controleer een zijtak nauwkeurig op holtes (zowel visueel als dmv kloppen)

  1. Indien een zijtak geen holtes heeft, kan de tak afgezaagd worden. Voorkom inrotting van de zaagsnee en behoud een ‘kapstok’. Deze zal vanzelf afsterven waardoor de boom op een natuurlijke manier zijn takwond kan afsluiten voor infecties van buitenaf.
  2. Indien een zijtak holtes heeft, dient dmv kloppen bekeken te worden tot waar deze holte loopt. De zijtak wordt vervolgens zodanig afgezet dat de aanwezige holte (plus ca. 30 cm extra) behouden blijft.

 

5.    Een boom of zijtak heeft één of meer holtes. Elke holte moet kort van tevoren door een vleermuisdeskundige onderzocht worden op vleermuizen. Als er nog vleermuizen aanwezig zijn in een boom is de kans groot dat deze het niet overleven als de boom omgehaald wordt. Tijdens een inspectie worden de volgende stappen genomen:

  1. Inspectie met boomcamera of batdetector.
  2. Indien vleermuizen aanwezig zijn, holte zodanig afsluiten dat vleermuizen wel naar buiten maar niet weer terug naar binnen kunnen (deze maatregel mag niet worden uitgevoerd van mei tot augustus i.v.m. eventuele niet vliegvlugge jongen vleermuizen).
  3. Nogmaals inspectie met boomcamera of batdetector.

 

6.    Een boom wordt niet meer gebruikt door vleermuizen. De boom wordt eerst ontmanteld en vervolgens gericht omgehaald

  1. De gevelde boom een nacht laten rusten, zodat eventuele vleermuizen zelfstandig kunnen wegkomen (zorg hierbij dat de opening van de holte omhoog ligt).
  2. Het hout wordt de volgende dag verwerkt en afgevoerd.

 

 

Auteur: A-J Haarsma

 
Beheer laan, stappenplan Afdrukken E-mail

Laanbomen zijn bomen die men vaak langs lanen, wegen en straten plant, zoals eik, beuk, iep, berk en plataan. Om de karakteristieke vorm met een takvrije stam te verkrijgen, is het nodig in de eerste 10 tot 15 jaar regelmatig takken weg te snoeien. Dit wordt begeleidingssnoei genoemd. Uiteindelijk ontstaat een laan met bomen van allemaal dezelfde leeftijd. Alle bomen zijn de eerste 80 jaar ongeschikt voor vleermuizen, omdat ze dan nog geen holtes hebben. Tussen 80 en 120 jaar wordt een groot deel geschikt voor vleermuizen en vanaf 120 jaar zijn de meeste bomen geschikt voor vleermuizen. Helaas is dit ook het moment waarop een aantal bomen in verval beginnen te raken door schimmelrot. De meest aangetaste bomen vallen om, waardoor gaten in een laan ontstaan. Door zonnebrand worden buurbomen ook aangetast en al snel heeft de oorspronkelijke laan zijn statig uiterlijk verloren. De laan wordt nu echter intensief gebruikt door vleermuizen, waardoor tegenstrijdige belangen tussen cultuur en natuur ontstaan. Omdat een laan vaak ook intensief gebruikt wordt door wandelaars, speelt ook een risicofactor mee in de afweging een laan te kappen of te laten staan. Vaak is herplant van bomen tussen de oude laanbomen geen optie uit cultuuroverwegingen.

Om zo goed mogelijk rekening te houden met vleermuizen in lanen hebben we een aantal aandachtspunten op een rij gezet:

1 - laat door een bomendeskundige beoordelen wat er mogelijk is om de bomen in een betere conditie te krijgen en risico's te verkleinen.

  • op een voedselarme bodem kan het zinvol zijn de bomen te 'bemesten' door het aanbrengen van een laag versnipperd hout in combinatie met schimmels.
  • bomen die een risico vormen voor passanten kunnen met een band of kabel worden 'gezekerd' zodat ze niet op een pad of weg kunnen vallen.
  • grote dode takken moeten voor de herfst worden verwijderd. 


2 -    indien mogelijk, uit cultureel oogpunt, zo snel mogelijk beginnen met herplant van laanbomen in gaten ontstaan door uitval van oudere bomen.

  • Herplant met zomereik of Beuk. Eventueel haagbeuk, omdat deze beter tegen schaduw kan (haagbeuk is echter minder geschikt als laanboom). Herplant met zo oud mogelijke bomen.
  • Herplant in voorjaar of herfst (vlak voor het uitlopen of vlak na het vallen van blad) omdat bomen dan voldoende tijd hebben om te acclimatiseren op aankomende zomer/winter.
  • Geef een te herplanten boom in een plantput voldoende plaats en losse aarde voor de ontwikkeling van een wortelstel (stelregel: de breedte van het plantgat is ongeveer driemaal de breedte van de kluit).

 

3 -    Bescherm laanbomen tegen zonnebrand. Dit voorkomt onnodige uitval van nog meer laanbomen

  • Stam inpakken met jutelappen. Het jute valt er geleidelijk na ongeveer twee jaar vanzelf af. De boom krijgt de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.

 

4 -    Bescherm laanbomen tegen wortelschade

  • Tijdens maaien met zware voertuigen wordt de grond rondom een boom verdicht, waardoor dat problemen kan geven in het wortelstel. Maai daarom niet vaker dan één keer per jaar rondom bomen
  • Tijdens beheerswerkzaamheden met de hoogwerker worden stam en wortels van laanbomen vaak beschadigd. Beschadigingen van wortels tot op drie meter van een boom hebben een negatief effect op de overleving van een boom. Vermijd gebruik van hoogwerkers in een laan, tenzij er een goede verharding aanwezig is of zorg dat een aannemer die het bos gaat beheren materialen heeft die op de breedte van een laan zijn aangepast.
  • Parkeerplaatsen tussen bomen hebben een negatief effect op het wortelstelsel van de boom. Aanleg van dergelijke parkeerplaatsen moet voorkomen worden.
  • Verharding of wegen moeten niet te dicht langs bomen worden aangelegd. Bij de aanleg van wegfundering kunnen boomwortels worden beschadigd, met negatieve gevolgen voor de boom en uiteindelijk ook voor de weg.

 

4 -    Indien herplant van een laan nodig is, doe dit gefaseerd. Dit heeft zowel voordelen voor de natuur als voor de portemonnee:

  • Met fasering ontstaat een gevarieerde bosopbouw wat betreft leeftijd, waardoor beheersproblemen in de toekomst voorkomen kunnen worden.
  • De kosten voor het onderhoud worden gespreid.
  • Fasering van het bosonderhoud geeft de natuur de kans goed te overleven (er kan immers geschuild worden in delen waar niet gewerkt wordt).

 

5 -     Een laan gefaseerd verjongen kan op de volgende manieren:

  • Een laan kan soms in stukken worden opgedeeld, zodat slechts een derde van de laan verjongt hoeft te worden, terwijl de overige twee derde nog twintig jaar respijt krijgt.
  • Een deel van een laan wordt verjongd, terwijl het pad door het andere deel van een laan wordt omgeleid via een alternatieve route. Het pad door de te sparen laan wordt voor wandelaars ontoegankelijk gemaakt door het plaatsen van boomstammen of een houtstapel.

 

 

Auteur: A-J Haarsma

 
Kandelaberen Afdrukken E-mail
Multithumb found errors on this page:

There was a problem loading image /home/vleermuis/domains/vleermuis.net/public_html/images/stories/bescherming/kandelaberen en  teruggroei.jpg

Kandelaberen is een snoeitechniek, waarbij de takken van een boom afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar, of kandelaber  krijgt. Bij het kandelaberen worden alle hoofdtakken zwaar ingekort tot op 50 cm bovenaan, en tot op 1 meter onderaan van de basisstam, zodanig dat een piramidale vorm naar boven toe ontstaat. Alle kleinere zijstaande takken worden volledig verwijderd. De techniek heeft diverse functies. Zo wordt deze toegepast bij bomen die moeilijk toegang hebben tot lucht en water in de grond vanwege het vele asfalt dat hen omringt. Door het kandelaberen wordt de behoefte aan vocht verminderd. Kandelaberen wordt om diezelfde reden gebruikt bij het verplanten van volwassen bomen. Ook wordt kandelaberen wel ingezet als zijtakken holtes bevatten. Uit publiekveiligheid worden deze zijtakken dan verwijderd.

Kandelaberen kan enkel in de winterperiode plaats vinden wanneer de boom in rust is en de sapdruk het laagst. Afgezaagde stompen worden met een wondheelend middel ingesmeerd. Het is belangrijk dat tijdens de werkzaamheden scherp snoeigereedschap is gebruikt, zodat rechte wonden zijn ontstaan die gemakkelijk kunnen helen.

 

 

grote afbeelding
Plataan snoeivorm

Bomen die uitstekend gekandelaberd worden (en waarbij kandelaberen soms wordt gebruikt om een bepaalde snoeivorm te creeeren). Deze bomen groeien na kandelaberen gewoon weer verder:

  • Plataan

  • Iep

  • Robinia

  • Populier

 

Het knotten van wilgen heeft weer een andere achtergrond; hier is het een manier om regelmatig wilgentenen te kunnen oogsten, tevens voorkomt het dat de wilg last krijgt van watermerkziekte. De ontstane snoeivorm wordt een knotwilg genoemd.


Anderen boomsoorten verdragen dit soort ingrepen slecht; de beuk met name krijgt last van verbrandingsverschijnselen op haar bast. Ook een eik groeit na kandelaberen niet meer verder.

 

Vergunning

Voor een grote kandelaber ingreep, bij meer dan 30% snoeien is een vergunning nodig. Het is natuurlijk wel erg moeilijk om te constateren of er meer of minder dan 30% is gesnoeid. Er wordt na een forse ingreep ook lang niet altijd door de gemeente een controle uitgevoerd. Kortom: Kandelaberen is volgens de meeste kapverordeningen verboden. Indien je vermoedt dat een kandelaber actie illegaal wordt uitgevoerd, bel de gemeente om het na te vragen.

 

Voor -en Nadelen van kandelaberen

 

 

  Voordelen Nadelen
Estetische waarde Meerdere gekandelaberde bomen in een laan geven een typische laanstructuur. In de zomer ziet een kandelaber boom er het zelfde uit als een 'normale' buurman De kroon van de boom krijgt een volkomen andere vorm. In de zomer met blad valt het vaak nog wel mee. Het winterprofiel is echter vaak onherkenbaar veranderd. De vele fijne takken verdwijnen, er blijven stompen over die massaal uitgroeien
Onderhoud Geen Een eenmaal gekandelaberde boom moet regelmatig worden bijgehouden. Het is zeker geen eenmalige ingreep.
Levensduur boom Een boom die moeilijk toegang heeft tot licht en water heeft een hogere overlevingskans Veel bomen kunnen er slecht tegen. De plataan heeft er duidelijk geen moeite mee maar een kastanje gaat er vaak aan dood.
Vitaliteit boom Alleen bomen die moeilijk toegang hebben tot licht en water, worden vitaler na het kandelaberen. Alle andere bomen hebben vaak last van een verminderde vitaliteit. De kruin van een boom is afhankelijk van het wortelstelsel; 'elk blad heeft een haarwortel beneden in het wortelsysteem'. Bij het verwijderen van een deel van de kruin hebben coresponderende wortels geen functie meer, gaan dood en vervolgens inrotten. Gevolg, een verminderde vitaliteit van de boom

 

 

 

Gekandelaberde beuk

 

Schokkend

Kandelaberen van bomen is niet alleen zonde van de boom maar levert ook de duidelijke waarde vermindering op. Dit voorbeeld komt van de site boomverzorging.be. Deze oude rode beuk is ingebouwd tussen morderne architectuur. De architectuur moest zo groot mogelijk, jammer want daarom moest deze beuk gekandelaberd worden. Wat de boom betreft is de waarde van 12.000 euro (staande waarde) naar 2.000 euro (brandhout) gezakt.

 

 

Kandelaberen en vleermuizen

Om een boom voor vleermuizen te sparen wordt deze soms gekandalaberd. Alle zijtakken worden verwijderd zodat het karkas van een boom nog kan blijven staan. Dergelijke bomen zijn erg aantrekkelijk voor spechten omdat ze vol zitten met insecten die het dode hout opeten. De bedoelde bewoners, de vleermuizen, blijven echter al snel weg. Een holte in een gekandelaberde boom krijgt namelijk als snel een onaangenaam microklimaat (te nat) en wordt voor vleermuizen ongeschikt. Het kandelaberen van bomen is dus geen lange termijn oplossing om vleermuisverblijven te sparen.

 

Bomen met vleermuisholten worden soms ook gekandelaberd. Een vleermuisholte bevindt zich boven het invlieggat. Helaas gebeurt het al te vaak dat een boom net boven een holte wordt afgezaagd. De vleermuisholte is nu van boven open en dus opbewoonbaar voor vleermuizen.

 

Een voorbeeld van een niet correct uitgevoerde 
beheersmaatregel. 
Tijdens het afzagen van de boom is niet gecheckt tot hoever de holte 
doorliep. Hierdoor is de holte van boven open gezaagd.

 

 

 

 

 

 

Auteur: A-J Haarsma

 


Vleermuis.net is een website van de VLEN en de Zoogdiervereniging
All Rights Reserved | © 2012 , Info
Joomla website en webhosting door NetSolid